BWBR0030456
Geldig vanaf 2011-09-23
Artikel 3.6
Beleidsregel binnenvaart
1. De minimum glasdikte wordt bepaald volgens de formule uit de NEN-ISO norm 3903 Annex B:
Hierin geldt:
t: de glasdikte in millimeters
a: de kleinste maat van het venster in mm
β: de factor als gevolg van de verhouding tussen de grootste en de kleinste maat van het venster
P: de druk op het venster in kPa
De waarde van β wordt bepaald uit de grafiek in de NEN-ISO norm 3903 Annex B.
Deze waarde kan ook berekend worden met de volgende formule:
β = 0.0179 * x 3- 0.2091 * x 2+ 0.817 *x - 0.3378, met als maximum 0,75
Hierin is x de grootste glasmaat b gedeeld door de kleinste glasmaat a.
2. P wordt als volgt bepaald:
P = P 1x f 1
Voor vensters in positie 1 geldt: P 1= 60 - (10 * h/V)
Voor vensters in positie 2, 3 en 4 geldt: P 1= (50 - 42 * (h - V) met een minimum van 1 kPa.
In deze formules is:
V: 0,60 m voor zone 2 en 0,30 m voor zone 3 en 4
h: de hoogte van de onderkant van het venster boven de geladen lastlijn in meters
f 1: correctiefactor voor de zone
De correctiefactor f 1voor de zone bedraagt:
Voor zone 2: f 1= 1
Voor zone 3: f 1= 0,64
Voor zone 4: f 1= 0,25
3. Voor lichtranden en patrijspoorten wordt de glasdikte bepaald volgens de formule
t = 0,87 x t 1(mm).
Hierin is:
t 1: basisdikte in mm. Deze wordt overeenkomstig het eerste lid bepaald.
4. De berekende minimum glasdikte mag in alle gevallen met ten hoogste 0,5 mm naar beneden worden afgerond in verband met genormaliseerde standaard glasdikten.
5. De glasdikten van ramen bedraagt in alle gevallen ten minste 8 mm voor ramen in de positie 1 en ten minste 5 mm voor ramen in de positie 2, 3 en 4.
6. Gelamineerd voorgespannen glas mag in alle gevallen worden toegepast, waarbij de equivalente dikte wordt bepaald volgens de formule:
Hierin betekent:
ti: de dikte van elke afzonderlijke glaslaag (mm),
t: de equivalente glasdikte volgens dit artikel.
7. Voor binnenvaartschepen, waarbij de vensters in de opbouw geplaatst zijn en het gangboord is uitgevoerd met een dichte verschansing aan de buitenzijde, wordt voor deze vensters de maat h vervangen door de maat
h 1= h + 0,2 b + 0,2 q.
Hierin is:
b: de hoogte van de dichte verschansing in m
q: de breedte van het gangboord in m, horizontaal gemeten vanaf de buitenkant van het schip tot aan de opbouw.
Indien de maat b minder bedraagt dan 0,15 m en de maat q minder bedraagt dan 0,40 m, wordt de maat h niet vervangen door de maat h1.
8. Voor binnenvaartschepen waarbij vensters in een (schuif-)pui in de achterwand van de opbouw geplaatst zijn, wordt voor deze vensters de maat h vervangen door de maat
h 2= h + 0,5c
Hierin is:
c: de kortste afstand van de zijkant van het venster tot aan de buitenhuid, horizontaal dwarsscheeps gemeten in m. Indien de maat c minder bedraagt dan 0,40 m wordt de maat h niet vervangen door de maat h 2
9. Wanneer een rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype is voorzien van een berghout en een overstekend gangboord wordt de factor h, als bedoeld in het derde lid, vervangen door de factor
h 3= h + 0,2 p + 0,2 q.
Hierin is:
p: de horizontale oversteek van het berghout in m, aan de onderzijde gemeten;
q: de breedte van het gangboord in m, horizontaal gemeten vanaf de buitenkant van het berghout tot de onderkant van de opbouw.
Indien de maat p minder bedraagt dan 0,10 m of de maat q minder bedraagt dan 0,30 m, wordt de maat h niet vervangen door de maat h 3.
10. De glasdikten van ramen in open rondvaartboten en in rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype, bestemd voor de vaart op zone 4, bedraagt ten minste 5 mm.
Hierin geldt:
t: de glasdikte in millimeters
a: de kleinste maat van het venster in mm
β: de factor als gevolg van de verhouding tussen de grootste en de kleinste maat van het venster
P: de druk op het venster in kPa
De waarde van β wordt bepaald uit de grafiek in de NEN-ISO norm 3903 Annex B.
Deze waarde kan ook berekend worden met de volgende formule:
β = 0.0179 * x 3- 0.2091 * x 2+ 0.817 *x - 0.3378, met als maximum 0,75
Hierin is x de grootste glasmaat b gedeeld door de kleinste glasmaat a.
2. P wordt als volgt bepaald:
P = P 1x f 1
Voor vensters in positie 1 geldt: P 1= 60 - (10 * h/V)
Voor vensters in positie 2, 3 en 4 geldt: P 1= (50 - 42 * (h - V) met een minimum van 1 kPa.
In deze formules is:
V: 0,60 m voor zone 2 en 0,30 m voor zone 3 en 4
h: de hoogte van de onderkant van het venster boven de geladen lastlijn in meters
f 1: correctiefactor voor de zone
De correctiefactor f 1voor de zone bedraagt:
Voor zone 2: f 1= 1
Voor zone 3: f 1= 0,64
Voor zone 4: f 1= 0,25
3. Voor lichtranden en patrijspoorten wordt de glasdikte bepaald volgens de formule
t = 0,87 x t 1(mm).
Hierin is:
t 1: basisdikte in mm. Deze wordt overeenkomstig het eerste lid bepaald.
4. De berekende minimum glasdikte mag in alle gevallen met ten hoogste 0,5 mm naar beneden worden afgerond in verband met genormaliseerde standaard glasdikten.
5. De glasdikten van ramen bedraagt in alle gevallen ten minste 8 mm voor ramen in de positie 1 en ten minste 5 mm voor ramen in de positie 2, 3 en 4.
6. Gelamineerd voorgespannen glas mag in alle gevallen worden toegepast, waarbij de equivalente dikte wordt bepaald volgens de formule:
Hierin betekent:
ti: de dikte van elke afzonderlijke glaslaag (mm),
t: de equivalente glasdikte volgens dit artikel.
7. Voor binnenvaartschepen, waarbij de vensters in de opbouw geplaatst zijn en het gangboord is uitgevoerd met een dichte verschansing aan de buitenzijde, wordt voor deze vensters de maat h vervangen door de maat
h 1= h + 0,2 b + 0,2 q.
Hierin is:
b: de hoogte van de dichte verschansing in m
q: de breedte van het gangboord in m, horizontaal gemeten vanaf de buitenkant van het schip tot aan de opbouw.
Indien de maat b minder bedraagt dan 0,15 m en de maat q minder bedraagt dan 0,40 m, wordt de maat h niet vervangen door de maat h1.
8. Voor binnenvaartschepen waarbij vensters in een (schuif-)pui in de achterwand van de opbouw geplaatst zijn, wordt voor deze vensters de maat h vervangen door de maat
h 2= h + 0,5c
Hierin is:
c: de kortste afstand van de zijkant van het venster tot aan de buitenhuid, horizontaal dwarsscheeps gemeten in m. Indien de maat c minder bedraagt dan 0,40 m wordt de maat h niet vervangen door de maat h 2
9. Wanneer een rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype is voorzien van een berghout en een overstekend gangboord wordt de factor h, als bedoeld in het derde lid, vervangen door de factor
h 3= h + 0,2 p + 0,2 q.
Hierin is:
p: de horizontale oversteek van het berghout in m, aan de onderzijde gemeten;
q: de breedte van het gangboord in m, horizontaal gemeten vanaf de buitenkant van het berghout tot de onderkant van de opbouw.
Indien de maat p minder bedraagt dan 0,10 m of de maat q minder bedraagt dan 0,30 m, wordt de maat h niet vervangen door de maat h 3.
10. De glasdikten van ramen in open rondvaartboten en in rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype, bestemd voor de vaart op zone 4, bedraagt ten minste 5 mm.