BWBR0030326
Geldig vanaf 2022-07-19
Artikel 3a
Subsidieregeling stageplaatsen zorg II
1. Indien een stageaanbieder een bedrag van € 300.000 tot ten hoogste € 750.000 van de subsidie inzet voor het realiseren van stageplaatsen voor deelnemers die onderwijs volgen dat niet uit de openbare kas bekostigd wordt, wordt aan deze stageaanbieder als dienst van algemeen economisch belang opgedragen: het realiseren van een stageplaats voor een deelnemer die onderwijs volgt dat niet uit de openbare kas bekostigd wordt.
2. De opdracht, bedoeld in het eerste lid, heeft een maximale werkingsduur van 5 jaar.
3. Indien een deel van de subsidie is ingezet voor het realiseren van stageplaatsen voor deelnemers die onderwijs volgen dat niet uit de openbare kas bekostigd wordt, gaat de aanvraag over studiejaar 2022–2023 en de daarop volgende studiejaren, in aanvulling op artikel 3, tweede lid, voor dat deel van de subsidie vergezeld van:
a. een de-minimisverklaring, indien dit deel ten hoogste € 300.000 bedraagt;
b. een DAEB de-minimisverklaring, indien dit deel een bedrag van € 300.000 tot ten hoogste € 750.000 bedraagt.
2. De opdracht, bedoeld in het eerste lid, heeft een maximale werkingsduur van 5 jaar.
3. Indien een deel van de subsidie is ingezet voor het realiseren van stageplaatsen voor deelnemers die onderwijs volgen dat niet uit de openbare kas bekostigd wordt, gaat de aanvraag over studiejaar 2022–2023 en de daarop volgende studiejaren, in aanvulling op artikel 3, tweede lid, voor dat deel van de subsidie vergezeld van:
a. een de-minimisverklaring, indien dit deel ten hoogste € 300.000 bedraagt;
b. een DAEB de-minimisverklaring, indien dit deel een bedrag van € 300.000 tot ten hoogste € 750.000 bedraagt.