BWBR0030326
Geldig vanaf 2022-07-19
Artikel 2
Subsidieregeling stageplaatsen zorg II
1. De minister kan aan een stageaanbieder, die in een studiejaar meer dan een vijfde van het aantal uren van één gerealiseerde stageplaats realiseert, jaarlijks op aanvraag een subsidie verstrekken voor het realiseren van stageplaatsen. De subsidie voor een zorgopleiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1° en 3°, bestaat uit een tegemoetkoming in de begeleidingskosten en voor een zorgopleiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 2° en 4°, uit een tegemoetkoming in de loonkosten.
2. De subsidie wordt per studiejaar verstrekt.
3. De subsidie wordt voor het eerst verstrekt voor het studiejaar dat begint in 2011.
4. Het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidies bedraagt voor het studiejaar 2024–2025 € 132.625.000, waarvan:
a. 25% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie A, C en F, tot ten hoogste € 1.300 per gerealiseerde stageplaats;
b. 26% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie B, D, E en G, tot ten hoogste € 1.700 per gerealiseerde stageplaats;
c. 44% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie C, D, F en G, tot, wat betreft categorie C, ten hoogste € 2.000 per gerealiseerde stageplaats, tot, wat betreft categorie D, ten hoogste € 2.700 per gerealiseerde stageplaats en tot, wat betreft categorie F en G, ten hoogste € 1.400 per gerealiseerde stageplaats;
d. 5% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie F en G, tot, wat betreft categorie F, ten hoogste € 1.100 per gerealiseerde stageplaats en tot, wat betreft categorie G, ten hoogste € 1.300 per gerealiseerde stageplaats.
5. Indien het subsidieplafond niet wordt bereikt, kan de minister het subsidiebedrag dat resteert naar rato verdelen over de overige gerealiseerde stageplaatsen.
6. Tenzij de stageaanbieder bij de aanvraag een ander aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft, ontleent de minister, door tussenkomst van Stichting Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven, het aantal gerealiseerde stageplaatsen, bedoeld in het vorige lid:
a. voor een zorgopleiding bij een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, aan het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht;
b. voor een zorgopleiding bij een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, 3° of 4°, aan gegevens die de minister zijn verstrekt door de onderwijsinstelling.
7. Indien de stageaanbieder bij de aanvraag een hoger aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft en de aanvraag uitgaande van de maximumbedragen per gerealiseerde stageplaats een subsidie betreft van meer dan € 150.000 voor stageplaatsen als bedoeld in artikel 1, onder d, onderdeel 1e, of van meer dan € 150.000 voor stageplaatsen als bedoeld in artikel 1, onder d, onderdeel 2 e, is de aanvraag voorzien van een assurancerapport van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een door de minister vastgesteld controleprotocol en modelassurancerapport.
8. Indien de stageaanbieder bij de aanvraag een hoger aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft en de aanvraag uitgaande van de maximumbedragen per gerealiseerde stageplaats een subsidie betreft van niet meer dan € 150.000, is de aanvraag voorzien van een overzicht, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, van alle gerealiseerde stageplaatsen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd alsmede afschriften van de overeenkomsten tussen de deelnemers, de stageaanbieder en de onderwijsinstellingen en de bijbehorende beroepspraktijkvorming bladen. De stageaanbieder kan in plaats van het overzicht en de afschriften een assurancerapport als bedoeld in het zevende lid overleggen.
9. De stageaanbieder kan in plaats van de afschriften van de overeenkomsten, bedoeld in het achtste lid, een door een onderwijsinstelling gewaarmerkte afdruk van het digitale overzicht van door haar deelnemers gelopen stages in combinatie met afschriften van door de deelnemers en stageaanbieders ondertekende overeenkomsten en de bijbehorende beroepspraktijkvormingbladen overleggen. Voornoemde afschriften en voornoemde afdruk bevatten beide ten minste de volgende, met elkaar corresponderende gegevens:
– de naam van de deelnemer;
– de naam van de onderwijsinstelling;
– de zorgopleiding met de bijbehorende code vermeld in het Centraal Register Beroepsopleidingennummer (crebonummer) of het Centraal Register Opleidingen Hoger onderwijsnummer (crohonummer);
– de betreffende leerweg;
– de begin- en einddatum van de periode van de stageplaats;
– het aantal praktijkuren per week of het totale aantal praktijkuren.
10. Indien de aanvraag is voorzien van een assurancerapport, draagt de stageaanbieder er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de Auditdienst Rijk in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden.
11. Het assurancerapport heeft of het overzicht en de afschriften hebben uitsluitend betrekking op alle gerealiseerde stageplaatsen voor die zorgopleidingen en specifieke leerweg, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, waarvan de extra gerealiseerde stageplaatsen deel uitmaken.
12. De subsidie wordt over studiejaar 2022–2023 en de daarop volgende studiejaren niet verstrekt indien meer dan € 500.000 wordt ingezet voor het aanbieden van stages aan deelnemers die onderwijs volgen dat niet uit de openbare kas bekostigd wordt.
13. De subsidie wordt niet verstrekt aan stageaanbieders die in het studiejaar op grond van deze regeling stageplekken tegen betaling aanbieden aan studenten.
2. De subsidie wordt per studiejaar verstrekt.
3. De subsidie wordt voor het eerst verstrekt voor het studiejaar dat begint in 2011.
4. Het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidies bedraagt voor het studiejaar 2024–2025 € 132.625.000, waarvan:
a. 25% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie A, C en F, tot ten hoogste € 1.300 per gerealiseerde stageplaats;
b. 26% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie B, D, E en G, tot ten hoogste € 1.700 per gerealiseerde stageplaats;
c. 44% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie C, D, F en G, tot, wat betreft categorie C, ten hoogste € 2.000 per gerealiseerde stageplaats, tot, wat betreft categorie D, ten hoogste € 2.700 per gerealiseerde stageplaats en tot, wat betreft categorie F en G, ten hoogste € 1.400 per gerealiseerde stageplaats;
d. 5% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie F en G, tot, wat betreft categorie F, ten hoogste € 1.100 per gerealiseerde stageplaats en tot, wat betreft categorie G, ten hoogste € 1.300 per gerealiseerde stageplaats.
5. Indien het subsidieplafond niet wordt bereikt, kan de minister het subsidiebedrag dat resteert naar rato verdelen over de overige gerealiseerde stageplaatsen.
6. Tenzij de stageaanbieder bij de aanvraag een ander aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft, ontleent de minister, door tussenkomst van Stichting Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven, het aantal gerealiseerde stageplaatsen, bedoeld in het vorige lid:
a. voor een zorgopleiding bij een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, aan het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht;
b. voor een zorgopleiding bij een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, 3° of 4°, aan gegevens die de minister zijn verstrekt door de onderwijsinstelling.
7. Indien de stageaanbieder bij de aanvraag een hoger aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft en de aanvraag uitgaande van de maximumbedragen per gerealiseerde stageplaats een subsidie betreft van meer dan € 150.000 voor stageplaatsen als bedoeld in artikel 1, onder d, onderdeel 1e, of van meer dan € 150.000 voor stageplaatsen als bedoeld in artikel 1, onder d, onderdeel 2 e, is de aanvraag voorzien van een assurancerapport van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een door de minister vastgesteld controleprotocol en modelassurancerapport.
8. Indien de stageaanbieder bij de aanvraag een hoger aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft en de aanvraag uitgaande van de maximumbedragen per gerealiseerde stageplaats een subsidie betreft van niet meer dan € 150.000, is de aanvraag voorzien van een overzicht, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, van alle gerealiseerde stageplaatsen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd alsmede afschriften van de overeenkomsten tussen de deelnemers, de stageaanbieder en de onderwijsinstellingen en de bijbehorende beroepspraktijkvorming bladen. De stageaanbieder kan in plaats van het overzicht en de afschriften een assurancerapport als bedoeld in het zevende lid overleggen.
9. De stageaanbieder kan in plaats van de afschriften van de overeenkomsten, bedoeld in het achtste lid, een door een onderwijsinstelling gewaarmerkte afdruk van het digitale overzicht van door haar deelnemers gelopen stages in combinatie met afschriften van door de deelnemers en stageaanbieders ondertekende overeenkomsten en de bijbehorende beroepspraktijkvormingbladen overleggen. Voornoemde afschriften en voornoemde afdruk bevatten beide ten minste de volgende, met elkaar corresponderende gegevens:
– de naam van de deelnemer;
– de naam van de onderwijsinstelling;
– de zorgopleiding met de bijbehorende code vermeld in het Centraal Register Beroepsopleidingennummer (crebonummer) of het Centraal Register Opleidingen Hoger onderwijsnummer (crohonummer);
– de betreffende leerweg;
– de begin- en einddatum van de periode van de stageplaats;
– het aantal praktijkuren per week of het totale aantal praktijkuren.
10. Indien de aanvraag is voorzien van een assurancerapport, draagt de stageaanbieder er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de Auditdienst Rijk in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden.
11. Het assurancerapport heeft of het overzicht en de afschriften hebben uitsluitend betrekking op alle gerealiseerde stageplaatsen voor die zorgopleidingen en specifieke leerweg, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, waarvan de extra gerealiseerde stageplaatsen deel uitmaken.
12. De subsidie wordt over studiejaar 2022–2023 en de daarop volgende studiejaren niet verstrekt indien meer dan € 500.000 wordt ingezet voor het aanbieden van stages aan deelnemers die onderwijs volgen dat niet uit de openbare kas bekostigd wordt.
13. De subsidie wordt niet verstrekt aan stageaanbieders die in het studiejaar op grond van deze regeling stageplekken tegen betaling aanbieden aan studenten.