BWBR0030288
Geldig vanaf 2024-11-26
Artikel 11
Uitvoeringsregeling zeevisserij
Van het verbod, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, kan op grond van artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977uitsluitend ontheffing worden verleend, voor het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover:
a. het onderzoek wordt begeleid door een wetenschappelijk instituut;
b. het onderzoek, blijkens het bij de aanvraag voor de ontheffing te overleggen projectplan, naar het oordeel van de minister in het belang is van de Nederlandse visserij;
c. het de vissoorten betreft waarop het onderzoek betrekking heeft;
d. de resultaten van het onderzoek beschikbaar worden gesteld voor de Nederlandse visserijsector; en
e. de totale vangsten waarvoor ontheffing wordt verleend het in artikel 33, zesde lid, van de controleverordening, genoemde percentage van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden niet te boven gaat.
a. het onderzoek wordt begeleid door een wetenschappelijk instituut;
b. het onderzoek, blijkens het bij de aanvraag voor de ontheffing te overleggen projectplan, naar het oordeel van de minister in het belang is van de Nederlandse visserij;
c. het de vissoorten betreft waarop het onderzoek betrekking heeft;
d. de resultaten van het onderzoek beschikbaar worden gesteld voor de Nederlandse visserijsector; en
e. de totale vangsten waarvoor ontheffing wordt verleend het in artikel 33, zesde lid, van de controleverordening, genoemde percentage van de in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden of in bijlage I bij de verordening vangstmogelijkheden 2024, voor zover van toepassing voor 2025, aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden niet te boven gaat.