1. Het minimum-bedrag,bedoeld in
artikel 22, eerste lid, van de regelingwordt voor geldtransactiekantoren vastgesteld op € 3000.
2. De verdeelsleutel, bedoeld in
artikel 17, tweede lid, van de regelingwordt vastgesteld op € 0 voor de totale waarde van de geldtransacties, bedoeld in
artikel 1, onderdeel c, van de Wet inzake de geldtransactiekantorenover een periode van twaalf maanden, die geldtransactiekantoren ten behoeve van hun cliënten uitvoeren.