BWBR0030069
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel V
Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (Verdere invulling van hoofdstuk 9)
1. Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berusten de algemene maatregelen van bestuur voor zover deze berustten op de artikelen 2, 8, 9, 10of 170 van de Wet geluidhinderdan wel de artikelen 13of 86 van de Wet inzake de luchtverontreiniging, onderscheidenlijk de artikelen 10.15 tot en met 10.19 van de Wet milieubeheer, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op de artikelen 9.5.1en 9.5.6 van de Wet milieubeheer, onderscheidenlijk de artikelen 9.5.2en 9.5.6 van de Wet milieubeheer.
2. Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berusten de ministeriële regelingen voor zover deze berustten op de artikelen 2, derde lid, 8, 9of 10 van de Wet geluidhinder, onderscheidenlijk de artikelen 10.16 tot en met 10.19en 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op de artikelen 9.5.1en 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheeronderscheidenlijk artikel 9.5.2en 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer.
3. Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berusten de ministeriële regelingen voor zover deze berustten op een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 2, 6of 10 van de Wet geluidhinderof de artikelen 13of 17 van de Wet inzake de luchtverontreiniging, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op artikel 9.5.1, zesde lid, van de Wet milieubeheer.
4. Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berusten de ministeriële regelingen voor zover deze berustten op de artikelen 10.15, vijfde lid, en 10.16, derde lid, van de Wet milieubeheer, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op artikel 9.5.2, zesde lid, van de Wet milieubeheer.
5. Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berust een door Onze Minister aangegeven aanduiding voor zover deze berustte op artikel 10.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op artikel 9.5.2, derde lid, onder a, van de Wet milieubeheer.
2. Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berusten de ministeriële regelingen voor zover deze berustten op de artikelen 2, derde lid, 8, 9of 10 van de Wet geluidhinder, onderscheidenlijk de artikelen 10.16 tot en met 10.19en 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op de artikelen 9.5.1en 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheeronderscheidenlijk artikel 9.5.2en 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer.
3. Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berusten de ministeriële regelingen voor zover deze berustten op een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 2, 6of 10 van de Wet geluidhinderof de artikelen 13of 17 van de Wet inzake de luchtverontreiniging, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op artikel 9.5.1, zesde lid, van de Wet milieubeheer.
4. Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berusten de ministeriële regelingen voor zover deze berustten op de artikelen 10.15, vijfde lid, en 10.16, derde lid, van de Wet milieubeheer, zoals die artikelen luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op artikel 9.5.2, zesde lid, van de Wet milieubeheer.
5. Na de inwerkingtreding van artikel I, onder D, berust een door Onze Minister aangegeven aanduiding voor zover deze berustte op artikel 10.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, op artikel 9.5.2, derde lid, onder a, van de Wet milieubeheer.