BWBR0030039
Geldig vanaf 2011-06-07
Artikel 7
Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-omroep (middengolf en niet-landelijke FM)
1. Een aanvraag van een houder van een FM- of een middengolfvergunning, uitgezonderd een houder van een middengolfvergunning als bedoeld in artikel 2, achtste lid, voor een vergunning voor digitale radio-omroep met betrekking tot de in artikel 6, eerste en tweede lid, bedoelde frequentiecapaciteit wordt ingediend bij de minister.
2. Indien de in artikel 2, eerste lid, bedoelde aanvraag om verlenging betrekking heeft op verscheidene FM- of middengolfvergunningen, heeft de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, betrekking op even veel vergunningen voor digitale radio-omroep als het aantal te verlengen FM- of middengolfvergunningen waarbij is gekozen voor de in artikel 2, zesde lid, onder a, vermelde optie, met dien verstande dat per allotment slechts een vergunning voor digitale radio-omroep wordt aangevraagd.
3. Artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Artikel 4is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat ook in het geval dat bij de aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep niet is voldaan aan artikel 2, tweede lid, de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld het verzuim te herstellen overeenkomstig artikel 4.
2. Indien de in artikel 2, eerste lid, bedoelde aanvraag om verlenging betrekking heeft op verscheidene FM- of middengolfvergunningen, heeft de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, betrekking op even veel vergunningen voor digitale radio-omroep als het aantal te verlengen FM- of middengolfvergunningen waarbij is gekozen voor de in artikel 2, zesde lid, onder a, vermelde optie, met dien verstande dat per allotment slechts een vergunning voor digitale radio-omroep wordt aangevraagd.
3. Artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Artikel 4is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat ook in het geval dat bij de aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep niet is voldaan aan artikel 2, tweede lid, de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld het verzuim te herstellen overeenkomstig artikel 4.