BWBR0030039
Geldig vanaf 2011-06-07
Artikel 6
Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-omroep (middengolf en niet-landelijke FM)
1. Voor een houder van een FM- of een middengolfvergunning, uitgezonderd een houder van een middengolfvergunning als bedoeld in artikel 2, achtste lid, is voor het verkrijgen van een vergunning een achttiende deel van de capaciteit van de allotment die overeenkomstig bijlage 3is gekoppeld aan de desbetreffende FM- of middengolfvergunning, beschikbaar voor het gelijktijdig uitzenden van de radioprogramma’s die worden uitgezonden met gebruikmaking van de FM-vergunning respectievelijk de middengolfvergunning, behoudens het bepaalde in artikel 8, tweede lid.
2. Indien de vergunninghouder verscheidene FM- of middengolfvergunningen heeft, is voor het verkrijgen van een vergunning beschikbaar voor het gelijktijdig uitzenden van de radioprogramma’s die worden uitgezonden met gebruikmaking van de desbetreffende FM-vergunningen respectievelijk middengolfvergunningen, behoudens het bepaalde in artikel 8, tweede lid:
a. indien deze vergunningen op grond van bijlage 3 zijn gekoppeld aan dezelfde allotment: een achttiende deel van de capaciteit van die allotment;
b. indien deze vergunningen op grond van bijlage 3 niet zijn gekoppeld aan dezelfde allotment: een achttiende deel van de capaciteit van elk van de gekoppelde allotments.
3. Het eerste en tweede lid gelden niet langer voor zover de aanvraag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, niet wordt toegewezen of voor zover bij de toepassing van artikel 2, zesde lid, is gekozen voor de onder b van die bepaling vermelde optie.
2. Indien de vergunninghouder verscheidene FM- of middengolfvergunningen heeft, is voor het verkrijgen van een vergunning beschikbaar voor het gelijktijdig uitzenden van de radioprogramma’s die worden uitgezonden met gebruikmaking van de desbetreffende FM-vergunningen respectievelijk middengolfvergunningen, behoudens het bepaalde in artikel 8, tweede lid:
a. indien deze vergunningen op grond van bijlage 3 zijn gekoppeld aan dezelfde allotment: een achttiende deel van de capaciteit van die allotment;
b. indien deze vergunningen op grond van bijlage 3 niet zijn gekoppeld aan dezelfde allotment: een achttiende deel van de capaciteit van elk van de gekoppelde allotments.
3. Het eerste en tweede lid gelden niet langer voor zover de aanvraag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, niet wordt toegewezen of voor zover bij de toepassing van artikel 2, zesde lid, is gekozen voor de onder b van die bepaling vermelde optie.