BWBR0029988
Geldig vanaf 08-05-2011
Artikel 8
Verordening erkenningsvoorwaarden voor stamboeken, prestatieonderzoek en fokwaardeschatting (PVV) 2010
1. De voorzitter trekt een erkenning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, in, indien:
a. de erkende organisatie niet meer voldoet aan één of meer van de erkenningsvoorwaarden;
b. onvoldoende is gewaarborgd dat de erkende organisatie de in artikel 2, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, van het Fokkerijbesluit bedoelde voorschriften naleeft;
c. de erkende organisatie de bij deze verordening gestelde verplichtingen niet naleeft;
d. de voorzitter vaststelt dat de gegevens of documenten, die in het kader van de aanvraag tot erkenning, de aanvraag tot verlenging van de erkenning, of de jaarlijkse rapportage zijn verstrekt, onjuist of onvolledig zijn, of
e. de erkende organisatie daarom schriftelijk verzoekt.
2. Het in het eerste lid, onder d., bepaalde is niet van toepassing indien de onjuiste of onvolledige gegevens of documenten niet hebben geleid tot een ander besluit op de aanvraag dan wanneer ten tijde van de beoordeling van de aanvraag wel de juiste en volledige informatie en documenten bekend zouden zijn geweest.
3. Alvorens tot het intrekken, als bedoeld in het eerste lid, onder a. tot en met d., te beslissen, wint de voorzitter advies in bij de desbetreffende Commissie van Advies, genoemd in artikel 10, eerste lid.
4. In afwijking van het derde lid, kan de voorzitter, in zeer uitzonderlijke omstandigheden, een erkenning met onmiddellijke ingang intrekken.
a. de erkende organisatie niet meer voldoet aan één of meer van de erkenningsvoorwaarden;
b. onvoldoende is gewaarborgd dat de erkende organisatie de in artikel 2, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, van het Fokkerijbesluit bedoelde voorschriften naleeft;
c. de erkende organisatie de bij deze verordening gestelde verplichtingen niet naleeft;
d. de voorzitter vaststelt dat de gegevens of documenten, die in het kader van de aanvraag tot erkenning, de aanvraag tot verlenging van de erkenning, of de jaarlijkse rapportage zijn verstrekt, onjuist of onvolledig zijn, of
e. de erkende organisatie daarom schriftelijk verzoekt.
2. Het in het eerste lid, onder d., bepaalde is niet van toepassing indien de onjuiste of onvolledige gegevens of documenten niet hebben geleid tot een ander besluit op de aanvraag dan wanneer ten tijde van de beoordeling van de aanvraag wel de juiste en volledige informatie en documenten bekend zouden zijn geweest.
3. Alvorens tot het intrekken, als bedoeld in het eerste lid, onder a. tot en met d., te beslissen, wint de voorzitter advies in bij de desbetreffende Commissie van Advies, genoemd in artikel 10, eerste lid.
4. In afwijking van het derde lid, kan de voorzitter, in zeer uitzonderlijke omstandigheden, een erkenning met onmiddellijke ingang intrekken.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029988
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl