1. De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens over erkende organisaties of organisaties die een aanvraag tot erkenning hebben ingediend, worden in handen gesteld van de voorzitter. De gegevens worden, behoudens aan medewerkers van het productschap, de commissies, genoemd in artikel 10 en desgevraagd aan het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, niet verder bekend gemaakt.
2. De in het eerste lid bedoelde personen alsmede de (plaatsvervangend) voorzitters en (plaatsvervangende) leden van de in het eerste lid bedoelde commissies zijn gehouden de uit hoofde van hun taak verkregen gegevens vertrouwelijk te behandelen.
3. De voorzitter kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, besluiten tot bekendmaking van getotaliseerde gegevens omtrent groepen van erkende organisaties of organisaties die een aanvraag tot erkenning hebben ingediend, doch nimmer op zodanige wijze dat daaruit gegevens omtrent een bepaalde organisatie kunnen worden afgeleid.
4. Uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens over organisaties worden aan anderen dan de in het eerste lid genoemde personen en instanties slechts verstrekt voor zover dat in overeenstemming is met de
artikelen 8 en
9 van de Wet bescherming persoonsgegevens.