BWBR0029947
Geldig vanaf 2011-07-01
Artikel 8
Kaderregeling VWS-subsidies
De minister verstrekt uitsluitend:
a. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt: 1°. een subsidie die zonder voorafgaande verlening direct wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd of
2°. een subsidie die ambtshalve wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd,
1°. een subsidie die zonder voorafgaande verlening direct wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd of
2°. een subsidie die ambtshalve wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd,
b. een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het aantal maximum prestatie-eenheden dat door de minister bij de verlening is genoemd: indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt en de activiteiten uit meetbare prestatie-eenheden bestaan,
c. een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd: indien de subsidie € 25.000 tot € 125.000 bedraagt en er naar het oordeel van de minister voldoende zekerheid bestaat over de kosten en opbrengsten,
d. een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag dat bestaat uit de totale werkelijke kosten verminderd met de totale werkelijke bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage, maar dat niet hoger is dan het maximum dat door de minister bij de verlening is genoemd: indien de subsidie € 25.000 tot € 125.000 bedraagt en er vanwege de aard van de activiteiten naar het oordeel van de minister onvoldoende zekerheid bestaat over de kosten en opbrengsten,
e. een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag dat bestaat uit de werkelijke kosten, verminderd met de werkelijke bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage, maar dat niet hoger is dan het maximum dat door de minister bij de verlening is genoemd: indien het een projectsubsidie betreft en de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, of
f. een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, verminderd met de eventuele overschrijding van de maximaal toegestane egalisatiereserve: indien het een instellingssubsidie betreft en de subsidie € 125.000 of meer bedraagt.
a. indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt: 1°. een subsidie die zonder voorafgaande verlening direct wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd of
2°. een subsidie die ambtshalve wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd,
1°. een subsidie die zonder voorafgaande verlening direct wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd of
2°. een subsidie die ambtshalve wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd,
b. een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het aantal maximum prestatie-eenheden dat door de minister bij de verlening is genoemd: indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt en de activiteiten uit meetbare prestatie-eenheden bestaan,
c. een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd: indien de subsidie € 25.000 tot € 125.000 bedraagt en er naar het oordeel van de minister voldoende zekerheid bestaat over de kosten en opbrengsten,
d. een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag dat bestaat uit de totale werkelijke kosten verminderd met de totale werkelijke bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage, maar dat niet hoger is dan het maximum dat door de minister bij de verlening is genoemd: indien de subsidie € 25.000 tot € 125.000 bedraagt en er vanwege de aard van de activiteiten naar het oordeel van de minister onvoldoende zekerheid bestaat over de kosten en opbrengsten,
e. een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag dat bestaat uit de werkelijke kosten, verminderd met de werkelijke bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage, maar dat niet hoger is dan het maximum dat door de minister bij de verlening is genoemd: indien het een projectsubsidie betreft en de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, of
f. een subsidie die wordt vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd, verminderd met de eventuele overschrijding van de maximaal toegestane egalisatiereserve: indien het een instellingssubsidie betreft en de subsidie € 125.000 of meer bedraagt.