Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. instelling: privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld;
c. instellingssubsidie: subsidie voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende, structurele activiteiten van een instelling;
d. projectsubsidie: subsidie voor tijdelijke, incidentele activiteiten;
e. subsidie: instellingssubsidie of projectsubsidie;
f. jaarrekening: jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
g. accountant: accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
h. kosten: kosten van de subsidieontvanger voor zover die samenhangen met de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit;
i. eigen bijdrage: bijdrage van de subsidieontvanger zelf voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit;
j. bijdragen van derden: bijdragen die de subsidieontvanger van een derde ontvangt en die de subsidieontvanger aanwendt voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit;
k. opbrengsten: eigen bijdrage en bijdragen van derden, vermeerderd met de aangevraagde, verleende of vastgestelde subsidie;
l. egalisatiereserve: egalisatiereserve, bedoeld in artikel 34.
a. minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. instelling: privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld;
c. instellingssubsidie: subsidie voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende, structurele activiteiten van een instelling;
d. projectsubsidie: subsidie voor tijdelijke, incidentele activiteiten;
e. subsidie: instellingssubsidie of projectsubsidie;
f. jaarrekening: jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
g. accountant: accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
h. kosten: kosten van de subsidieontvanger voor zover die samenhangen met de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit;
i. eigen bijdrage: bijdrage van de subsidieontvanger zelf voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit;
j. bijdragen van derden: bijdragen die de subsidieontvanger van een derde ontvangt en die de subsidieontvanger aanwendt voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit;
k. opbrengsten: eigen bijdrage en bijdragen van derden, vermeerderd met de aangevraagde, verleende of vastgestelde subsidie;
l. egalisatiereserve: egalisatiereserve, bedoeld in artikel 34.