BWBR0029917
Geldig vanaf 2011-05-01
Artikel 12
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EL&I 2011
1. Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van verzoeken van de Nationale ombudsman en bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, met uitzondering van:
a. bezwaar- en beroepschriften inzake personeelsaangelegenheden;
b. bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door een functionaris of door die functionaris aangewezen ambtenaren die mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften tegen die besluiten.
2. Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen op het werkterrein van de hoofden van dienst, genoemd in artikel 1, onderdeel c, onder 13°, 17°, 20°, en 21°, en het werkterrein van het hoofd van dienst, genoemd in artikel 1, onderdeel c, onder 4°, voor zover het betreft het Programma herijking juridisch instrumentarium en gebiedsinrichting.
3. Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met besluiten op grond van de artikelen 86, 90en 91 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.
a. bezwaar- en beroepschriften inzake personeelsaangelegenheden;
b. bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door een functionaris of door die functionaris aangewezen ambtenaren die mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften tegen die besluiten.
2. Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen op het werkterrein van de hoofden van dienst, genoemd in artikel 1, onderdeel c, onder 13°, 17°, 20°, en 21°, en het werkterrein van het hoofd van dienst, genoemd in artikel 1, onderdeel c, onder 4°, voor zover het betreft het Programma herijking juridisch instrumentarium en gebiedsinrichting.
3. Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met besluiten op grond van de artikelen 86, 90en 91 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.