BWBR0029915
Geldig vanaf 2011-04-30
Artikel 15
Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 in de FM-band en aanvraag vergunningen voor frequentieruimte in band III
1. Bij de toetsing, bedoeld in artikel 14, eerste lid, wordt de bestendigheid van de aanvrager op basis van zijn bedrijfsplan gewaardeerd met een nul (0) of een plus (+).
2. De waardering van een nul (0) of een plus (+) is gebaseerd op een beoordeling van de elementen van toetsing, bedoeld in artikel 14, tweede lid, waarin de samenhang en het realiteitsgehalte worden betrokken en waarbij de gezamenlijke elementen a, b en c beduidend zwaarder wegen dan de gezamenlijke elementen d, e, f en g.
3. Indien een van de elementensolvabiliteitsratio, voldoening financieringsbehoefte of rendement naar het oordeel van de Minister als onvoldoende wordt beoordeeld, kan een plus (+) als bedoeld in het eerste lid niet of niet mede gebaseerd zijn op die elementen.
4. Bij de toetsing, bedoeld in artikel 14, vierde lid, worden de programmatische voornemens gewaardeerd met een nul (0) of een plus (+).
5. Per kavel worden de aanvragers per kavel als volgt in een rangorde gezet:
a. een aanvrager die het hoogste aantal plussen (+) scoort, is hoger in rangorde dan een aanvrager die een lager aantal plussen of een nul (0) scoort,
b. indien er meerdere aanvragers met eenzelfde hoogste aantal plussen (+) zijn, bepaalt het financieel bod de rangorde tussen deze aanvragers waarbij de aanvrager met het hoogste financieel bod het hoogste in rangorde is, en
c. indien er meerdere aanvragers met eenzelfde hoogste aantal plussen (+) zijn en het door hen uitgebrachte financieel bod gelijk is, bepaalt de minister via loting wie van deze aanvragers het hoogste in rangorde is.
6. Indien er voor een kavel uitsluitend aanvragers met een nul (0) zijn, is voor het bepalen van de rangorde het vijfde lid, onderdelen b en c, van overeenkomstige toepassing.
2. De waardering van een nul (0) of een plus (+) is gebaseerd op een beoordeling van de elementen van toetsing, bedoeld in artikel 14, tweede lid, waarin de samenhang en het realiteitsgehalte worden betrokken en waarbij de gezamenlijke elementen a, b en c beduidend zwaarder wegen dan de gezamenlijke elementen d, e, f en g.
3. Indien een van de elementensolvabiliteitsratio, voldoening financieringsbehoefte of rendement naar het oordeel van de Minister als onvoldoende wordt beoordeeld, kan een plus (+) als bedoeld in het eerste lid niet of niet mede gebaseerd zijn op die elementen.
4. Bij de toetsing, bedoeld in artikel 14, vierde lid, worden de programmatische voornemens gewaardeerd met een nul (0) of een plus (+).
5. Per kavel worden de aanvragers per kavel als volgt in een rangorde gezet:
a. een aanvrager die het hoogste aantal plussen (+) scoort, is hoger in rangorde dan een aanvrager die een lager aantal plussen of een nul (0) scoort,
b. indien er meerdere aanvragers met eenzelfde hoogste aantal plussen (+) zijn, bepaalt het financieel bod de rangorde tussen deze aanvragers waarbij de aanvrager met het hoogste financieel bod het hoogste in rangorde is, en
c. indien er meerdere aanvragers met eenzelfde hoogste aantal plussen (+) zijn en het door hen uitgebrachte financieel bod gelijk is, bepaalt de minister via loting wie van deze aanvragers het hoogste in rangorde is.
6. Indien er voor een kavel uitsluitend aanvragers met een nul (0) zijn, is voor het bepalen van de rangorde het vijfde lid, onderdelen b en c, van overeenkomstige toepassing.