BWBR0029915
Geldig vanaf 2011-04-30
Artikel 14
Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 in de FM-band en aanvraag vergunningen voor frequentieruimte in band III
1. Per aanvraag wordt getoetst in hoeverre de aanvrager zich in verhouding tot andere aanvragers van een vergunning voor eenzelfde kavel, op basis van de door hem verstrekte gegevens en bescheiden een bestendige vergunninghouder toont, tot uiting komend in een op korte en lange termijn zichtbare:
– sterke financiële positie,
– solide inrichting van de organisatie waaruit blijkt dat hij in staat is op een professionele manier radioprogramma’s te maken.
2. De toetsing, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van elk van de volgende elementen:
a) solvabiliteitsratio,
b) voldoening financieringsbehoefte,
c) rendement,
d) kennis en ervaring aangaande productie en exploitatie van een radioprogramma,
e) technische middelen voor productie en exploitatie van een radioprogramma,
f) rechtsvorm en
g) principes van goed bestuur.
3. De toetsing, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in elk geval op basis van een bedrijfsplan, dat deel uitmaakt van de aanvraag, en dat is opgesteld overeenkomstig bijlage 4van deze regeling. Bij de toetsing aan de hand van de elementen, bedoeld in het tweede lid, wordt tevens de samenhang en het realiteitsgehalte betrokken.
4. Per aanvraag die betrekking heeft op kavel A8 wordt naast de toetsing, bedoeld in het eerste lid, getoetst in hoeverre de aanvrager in verhouding tot andere aanvragers op basis van zijn programmatische voornemens significant meer biedt dan hetgeen voor die kavel is voorgeschreven op grond van artikel 4 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.
– sterke financiële positie,
– solide inrichting van de organisatie waaruit blijkt dat hij in staat is op een professionele manier radioprogramma’s te maken.
2. De toetsing, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van elk van de volgende elementen:
a) solvabiliteitsratio,
b) voldoening financieringsbehoefte,
c) rendement,
d) kennis en ervaring aangaande productie en exploitatie van een radioprogramma,
e) technische middelen voor productie en exploitatie van een radioprogramma,
f) rechtsvorm en
g) principes van goed bestuur.
3. De toetsing, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in elk geval op basis van een bedrijfsplan, dat deel uitmaakt van de aanvraag, en dat is opgesteld overeenkomstig bijlage 4van deze regeling. Bij de toetsing aan de hand van de elementen, bedoeld in het tweede lid, wordt tevens de samenhang en het realiteitsgehalte betrokken.
4. Per aanvraag die betrekking heeft op kavel A8 wordt naast de toetsing, bedoeld in het eerste lid, getoetst in hoeverre de aanvrager in verhouding tot andere aanvragers op basis van zijn programmatische voornemens significant meer biedt dan hetgeen voor die kavel is voorgeschreven op grond van artikel 4 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.