BWBR0029739
Geldig vanaf 2011-03-23
Artikel 1
Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar
1. Aan de direct toezichthouder, aangewezen krachtens artikel 36, eerste en derde lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, wordt mandaat verleend van de bevoegdheid tot het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van dat Besluit.
2. Het in het eerste lid bedoelde mandaat wordt ten aanzien van een te beëdigen persoon die behoort tot een dienst die ressorteert onder een ministerie, tevens verleend aan het hoofd van die dienst.
2. Het in het eerste lid bedoelde mandaat wordt ten aanzien van een te beëdigen persoon die behoort tot een dienst die ressorteert onder een ministerie, tevens verleend aan het hoofd van die dienst.