BWBR0029685
Geldig vanaf 2011-03-05
Artikel 8
Subsidieregeling ziekenhuisopleidingen
1. De instelling doet onverwijld aan de minister schriftelijk melding zodra:
a. het tijdens de periode waarin de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet zullen worden verricht,
b. het aannemelijk is dat niet of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan of
c. zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.
2. Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, worden de relevante stukken overgelegd en wordt de oorzaak toegelicht.
3. De instelling werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen:
a. die van belang zijn voor het geven van een beschikking met betrekking tot het verstrekken van de subsidie;
b. ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid van de minister;
c. ten behoeve van het opstellen van landelijke en regionale ramingen van ziekenhuisopleidingen.
4. De instelling bevordert dat de gegevens over de instromers en de gediplomeerden bij de instelling in de registratie van de CZO compleet, accuraat en actueel zijn.
a. het tijdens de periode waarin de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet zullen worden verricht,
b. het aannemelijk is dat niet of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan of
c. zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.
2. Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, worden de relevante stukken overgelegd en wordt de oorzaak toegelicht.
3. De instelling werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen:
a. die van belang zijn voor het geven van een beschikking met betrekking tot het verstrekken van de subsidie;
b. ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid van de minister;
c. ten behoeve van het opstellen van landelijke en regionale ramingen van ziekenhuisopleidingen.
4. De instelling bevordert dat de gegevens over de instromers en de gediplomeerden bij de instelling in de registratie van de CZO compleet, accuraat en actueel zijn.