BWBR0029565
Geldig vanaf 2011-02-12
Artikel 2
Beleidsregels voorlopige emissiefactoren Regeling ammoniak en veehouderij
De minister kan voor een nieuw huisvestingssysteem een voorlopige emissiefactor vaststellen, indien:
a. voor het huisvestingssysteem een bijzondere emissiefactor is vastgesteld;
b. de voorlopige emissiefactor niet hoger is dan de maximale emissiewaarde. Wanneer voor de betreffende diercategorie geen maximale emissiewaarde is vastgesteld, wordt in plaats van die maximale emissiewaarde de emissiewaarde gehanteerd die overeenkomt met 80% van de waarde van de emissiefactor voor overige huisvesting; en
c. voor het huisvestingssysteem vier beschikkingen als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Regeling ammoniak en veehouderij zijn verleend dan wel naar het oordeel van de minister op andere wijze is gewaarborgd dat er voldoende meetresultaten beschikbaar zullen komen aan de hand waarvan een definitieve emissiefactor voor het huisvestingssysteem kan worden vastgesteld.
a. voor het huisvestingssysteem een bijzondere emissiefactor is vastgesteld;
b. de voorlopige emissiefactor niet hoger is dan de maximale emissiewaarde. Wanneer voor de betreffende diercategorie geen maximale emissiewaarde is vastgesteld, wordt in plaats van die maximale emissiewaarde de emissiewaarde gehanteerd die overeenkomt met 80% van de waarde van de emissiefactor voor overige huisvesting; en
c. voor het huisvestingssysteem vier beschikkingen als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Regeling ammoniak en veehouderij zijn verleend dan wel naar het oordeel van de minister op andere wijze is gewaarborgd dat er voldoende meetresultaten beschikbaar zullen komen aan de hand waarvan een definitieve emissiefactor voor het huisvestingssysteem kan worden vastgesteld.