BWBR0029453
Geldig vanaf 2011-01-22
Artikel 50
Organisatieregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie
1. De directie Beveiliging Burgerluchtvaart (DBB) is belast met de beveiliging van de burgerluchtvaart.
2. De directie heeft de volgende hoofdtaken:
a. het in nationaal en internationaal verband opstellen van het beleid op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart;
b. het opstellen van regels en het geven van aanwijzingen aan de Koninklijke marechaussee en de luchtvaartsector op basis van de Luchtvaartwet en de Politiewet 1993;
c. het aansturen van de Koninklijke marechaussee, voor zover deze onder het gezag van de minister is belast met het toezicht op de uitvoering van de beveiligingsmaatregelen door de luchtvaartsector;
d. het opstellen en actualiseren van het nationaal beveiligingsplan voor de burgerluchtvaart;
e. het uitvoeren van risicoanalyses op basis waarvan eventuele aanvullende beveiligingsmaatregelen worden genomen;
f. het monitoren van het beveiligingsniveau en het op basis daarvan evalueren van de effectiviteit van het gevoerde beleid;
g. het goedkeuren van beveiligingsplannen van zowel de luchthavens als de luchtvaartmaatschappijen;
h. het onderzoeken van nieuwe beveiligingsconcepten, beveiligingsprocessen en beveiligingsapparatuur;
i. het certificeren van opleidingsorganisaties;
j. het deelnemen aan internationale beveiligingsinspecties op luchthavens.
2. De directie heeft de volgende hoofdtaken:
a. het in nationaal en internationaal verband opstellen van het beleid op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart;
b. het opstellen van regels en het geven van aanwijzingen aan de Koninklijke marechaussee en de luchtvaartsector op basis van de Luchtvaartwet en de Politiewet 1993;
c. het aansturen van de Koninklijke marechaussee, voor zover deze onder het gezag van de minister is belast met het toezicht op de uitvoering van de beveiligingsmaatregelen door de luchtvaartsector;
d. het opstellen en actualiseren van het nationaal beveiligingsplan voor de burgerluchtvaart;
e. het uitvoeren van risicoanalyses op basis waarvan eventuele aanvullende beveiligingsmaatregelen worden genomen;
f. het monitoren van het beveiligingsniveau en het op basis daarvan evalueren van de effectiviteit van het gevoerde beleid;
g. het goedkeuren van beveiligingsplannen van zowel de luchthavens als de luchtvaartmaatschappijen;
h. het onderzoeken van nieuwe beveiligingsconcepten, beveiligingsprocessen en beveiligingsapparatuur;
i. het certificeren van opleidingsorganisaties;
j. het deelnemen aan internationale beveiligingsinspecties op luchthavens.