BWBR0029453
Geldig vanaf 2011-01-22
Artikel 25
Organisatieregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie
De directie Politie en Veiligheidsregio’s (DPV) heeft de volgende taken:
a. het ontwikkelen van een (langetermijn)visie op de kwaliteit, de inrichting en de ontwikkeling van en de samenhang tussen de veiligheidsorganisaties en de feitelijke inrichting ervan;
b. het ontwikkelen van beleid op de taakuitvoering en bevoegdheden van de veiligheidsorganisaties;
c. leveren van een bijdrage aan de besluitvorming over: 1°. de landelijke prioriteiten in het werk van de veiligheidsorganisaties;
2°. het relatiebeheer van de veiligheidsorganisaties;
3°. het beleid op kwaliteit van personeel en materiaal van de veiligheidsorganisaties;
4°. het bekostigingsbeleid en monitoring van politie en veiligheidsregio’s;
5°. het (financieel) toezicht op de regionale politiekorpsen, zelfstandige bestuursorganen en baten-lastendiensten.
1°. de landelijke prioriteiten in het werk van de veiligheidsorganisaties;
2°. het relatiebeheer van de veiligheidsorganisaties;
3°. het beleid op kwaliteit van personeel en materiaal van de veiligheidsorganisaties;
4°. het bekostigingsbeleid en monitoring van politie en veiligheidsregio’s;
5°. het (financieel) toezicht op de regionale politiekorpsen, zelfstandige bestuursorganen en baten-lastendiensten.
a. het ontwikkelen van een (langetermijn)visie op de kwaliteit, de inrichting en de ontwikkeling van en de samenhang tussen de veiligheidsorganisaties en de feitelijke inrichting ervan;
b. het ontwikkelen van beleid op de taakuitvoering en bevoegdheden van de veiligheidsorganisaties;
c. leveren van een bijdrage aan de besluitvorming over: 1°. de landelijke prioriteiten in het werk van de veiligheidsorganisaties;
2°. het relatiebeheer van de veiligheidsorganisaties;
3°. het beleid op kwaliteit van personeel en materiaal van de veiligheidsorganisaties;
4°. het bekostigingsbeleid en monitoring van politie en veiligheidsregio’s;
5°. het (financieel) toezicht op de regionale politiekorpsen, zelfstandige bestuursorganen en baten-lastendiensten.
1°. de landelijke prioriteiten in het werk van de veiligheidsorganisaties;
2°. het relatiebeheer van de veiligheidsorganisaties;
3°. het beleid op kwaliteit van personeel en materiaal van de veiligheidsorganisaties;
4°. het bekostigingsbeleid en monitoring van politie en veiligheidsregio’s;
5°. het (financieel) toezicht op de regionale politiekorpsen, zelfstandige bestuursorganen en baten-lastendiensten.