BWBR0029361
Geldig vanaf 2011-01-02
Artikel 4
Verlofregeling TBS
1. Indien een machtiging wordt aangevraagd na overplaatsing, blijkt uit de aanvraag tot welke resultaten de behandelpogingen in het vorige FPC hebben geleid.
2. Indien tot overplaatsing is besloten met het oog op voortzetting van de behandeling elders, kan het hoofd van het ontvangende FPC, op basis van de laatst verleende machtiging, een verlofaanvraag doen om een nieuwe machtiging te verlenen. Deze verlofaanvraag voldoet aan de volgende eisen:
a. aan de aanvraag ligt een gunstige prognose ten grondslag;
b. uit de verlofaanvraag van het hoofd van het ontvangende FPC blijkt dat beide FPC’s de aanvraag verantwoord achten;
c. de verlofaanvraag gaat vergezeld van een verlofplan dat aan de nieuwe situatie is aangepast.
2. Indien tot overplaatsing is besloten met het oog op voortzetting van de behandeling elders, kan het hoofd van het ontvangende FPC, op basis van de laatst verleende machtiging, een verlofaanvraag doen om een nieuwe machtiging te verlenen. Deze verlofaanvraag voldoet aan de volgende eisen:
a. aan de aanvraag ligt een gunstige prognose ten grondslag;
b. uit de verlofaanvraag van het hoofd van het ontvangende FPC blijkt dat beide FPC’s de aanvraag verantwoord achten;
c. de verlofaanvraag gaat vergezeld van een verlofplan dat aan de nieuwe situatie is aangepast.