BWBR0029361
Geldig vanaf 2011-01-02
Artikel 12
Verlofregeling TBS
1. Voor de ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening wordt geen machtiging voor verlof verleend, behoudens het bepaalde in het tweede en vijfde lid en het bepaalde in artikel 13en 14.
2. Het hoofd FPC kan voor de ter beschikking gestelde, die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, een machtiging begeleid verlof aanvragen.
3. De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof voor een ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, bevat naast het bepaalde in artikel 2, derde en vierde lid, informatie omtrent de aanvaarding door de ter beschikking gestelde van zijn verblijf in een longstay-voorziening.
4. Het hoofd FPC kan de ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, en voor wie een machtiging is verleend, begeleid verlof in groepsverband verlenen na toestemming van de Minister. De Minister geeft slechts toestemming voor bedoeld verlof, indien groepssamenstelling en groepsgrootte geen veiligheidsrisico’s voor de samenleving opleveren. De aanvraag voor begeleid groepsverlof bevat de informatie op basis waarvan bedoelde veiligheidsrisico’s kunnen worden afgewogen.
5. Het hoofd FPC kan voor de ter beschikking gestelde, die geplaatst is in een voorziening voor langdurige forensische en psychiatrische zorg en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, maximaal twee maal een machtiging onbegeleid verlof aanvragen indien bedoeld verlof noodzakelijk is voor de plaatsing in een vervolgvoorziening.
6. De aanvraag als bedoeld in het vijfde lid bevat naast het bepaalde in artikel 2, derde en vierde lid, een uitstroomplan waarin de noodzaak van bedoeld verlof gemotiveerd wordt toegelicht.
7. De Minister kan aan de in dit artikel bedoelde verlofverlening aanvullende voorwaarden verbinden.
2. Het hoofd FPC kan voor de ter beschikking gestelde, die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, een machtiging begeleid verlof aanvragen.
3. De aanvraag voor een machtiging begeleid verlof voor een ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, bevat naast het bepaalde in artikel 2, derde en vierde lid, informatie omtrent de aanvaarding door de ter beschikking gestelde van zijn verblijf in een longstay-voorziening.
4. Het hoofd FPC kan de ter beschikking gestelde die geplaatst is in een longstay-voorziening en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, en voor wie een machtiging is verleend, begeleid verlof in groepsverband verlenen na toestemming van de Minister. De Minister geeft slechts toestemming voor bedoeld verlof, indien groepssamenstelling en groepsgrootte geen veiligheidsrisico’s voor de samenleving opleveren. De aanvraag voor begeleid groepsverlof bevat de informatie op basis waarvan bedoelde veiligheidsrisico’s kunnen worden afgewogen.
5. Het hoofd FPC kan voor de ter beschikking gestelde, die geplaatst is in een voorziening voor langdurige forensische en psychiatrische zorg en voor wie een laag beveiligingsniveau is vastgesteld, maximaal twee maal een machtiging onbegeleid verlof aanvragen indien bedoeld verlof noodzakelijk is voor de plaatsing in een vervolgvoorziening.
6. De aanvraag als bedoeld in het vijfde lid bevat naast het bepaalde in artikel 2, derde en vierde lid, een uitstroomplan waarin de noodzaak van bedoeld verlof gemotiveerd wordt toegelicht.
7. De Minister kan aan de in dit artikel bedoelde verlofverlening aanvullende voorwaarden verbinden.