BWBR0029355
Geldig vanaf 2012-10-30
Artikel 9b
Regeling vleeskuikens
1. Indien een maximale bezettingsdichtheid van 42 kg/m 2wordt toegepast, is de gemiddelde score, bedoeld in artikel 9a, zesde lid, niet hoger dan 80 punten.
2. Indien de gemiddelde score, bedoeld in artikel 9a, zesde lid, meer dan 120 punten bedraagt,
a. stelt de eigenaar of houder, zo mogelijk met behulp van een dierenarts, voor 1 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarop de meldingen betrekking hadden, een verbeterplan op met daarin de maatregelen die hij gaat doorvoeren in elke stal waarvoor de gemiddelde score meer dan 120 punten bedroeg, om ervoor te zorgen dat in elk geval aan het einde van dat jaar wordt voldaan aan het eerste lid, en
b. verlaagt de eigenaar of houder uiterlijk met ingang van 1 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarop de meldingen betrekking hadden, en vervolgens ten minste gedurende het hele kalenderjaar, de bezettingsdichtheid in elke stal waar de gemiddelde score meer dan 120 punten bedroeg, tot ten hoogste 39 kg/m2.
3. Indien de gemiddelde score, bedoeld in artikel 9a, zesde lid, meer dan 80 punten bedraagt maar minder dan 120 punten, stelt de eigenaar of houder, zo mogelijk met behulp van een dierenarts, voor 1 februari van het jaar dat volgt op het jaar waarop de meldingen betrekking hadden, een verbeterplan op met daarin de maatregelen die hij gaat doorvoeren in elke stal waar de gemiddelde score meer dan 80 punten bedroeg, om ervoor te zorgen dat binnen een jaar wordt voldaan aan het eerste lid.
4. Een verbeterplan wordt ingediend bij de Dienst Regelingen. Artikel 2, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. Indien naar het oordeel van de minister de uitvoering van het verbeterplan er in redelijkheid niet toe kan leiden dat binnen een kalenderjaar kan worden voldaan aan het eerste lid, dient de houder of eigenaar op verzoek van de minister binnen een maand na dat verzoek een aangepast verbeterplan in.
6. De eigenaar of houder voert het verbeterplan, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of in het derde lid, dan wel het aangepaste verbeterplan, bedoeld in het vijfde lid, zo spoedig mogelijk uit.
7. De eigenaar of houder bewaart bewijsstukken van de maatregelen die hij bij de uitvoering van het verbeterplan heeft genomen gedurende ten minste 5 jaar.
2. Indien de gemiddelde score, bedoeld in artikel 9a, zesde lid, meer dan 120 punten bedraagt,
a. stelt de eigenaar of houder, zo mogelijk met behulp van een dierenarts, voor 1 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarop de meldingen betrekking hadden, een verbeterplan op met daarin de maatregelen die hij gaat doorvoeren in elke stal waarvoor de gemiddelde score meer dan 120 punten bedroeg, om ervoor te zorgen dat in elk geval aan het einde van dat jaar wordt voldaan aan het eerste lid, en
b. verlaagt de eigenaar of houder uiterlijk met ingang van 1 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarop de meldingen betrekking hadden, en vervolgens ten minste gedurende het hele kalenderjaar, de bezettingsdichtheid in elke stal waar de gemiddelde score meer dan 120 punten bedroeg, tot ten hoogste 39 kg/m2.
3. Indien de gemiddelde score, bedoeld in artikel 9a, zesde lid, meer dan 80 punten bedraagt maar minder dan 120 punten, stelt de eigenaar of houder, zo mogelijk met behulp van een dierenarts, voor 1 februari van het jaar dat volgt op het jaar waarop de meldingen betrekking hadden, een verbeterplan op met daarin de maatregelen die hij gaat doorvoeren in elke stal waar de gemiddelde score meer dan 80 punten bedroeg, om ervoor te zorgen dat binnen een jaar wordt voldaan aan het eerste lid.
4. Een verbeterplan wordt ingediend bij de Dienst Regelingen. Artikel 2, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. Indien naar het oordeel van de minister de uitvoering van het verbeterplan er in redelijkheid niet toe kan leiden dat binnen een kalenderjaar kan worden voldaan aan het eerste lid, dient de houder of eigenaar op verzoek van de minister binnen een maand na dat verzoek een aangepast verbeterplan in.
6. De eigenaar of houder voert het verbeterplan, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of in het derde lid, dan wel het aangepaste verbeterplan, bedoeld in het vijfde lid, zo spoedig mogelijk uit.
7. De eigenaar of houder bewaart bewijsstukken van de maatregelen die hij bij de uitvoering van het verbeterplan heeft genomen gedurende ten minste 5 jaar.