BWBR0029355
Geldig vanaf 2012-10-30
Artikel 9a
Regeling vleeskuikens
1. De eigenaar of houder die een maximale bezettingsdichtheid van 42 kg/m 2toepast, zorgt ervoor dat voor elk koppel in de slachterij, of voor een voor de export bestemd koppel op het bedrijf ten hoogste vijf werkdagen voor het einde van de ronde, wordt vastgesteld in welke mate voetzoollaesies voorkomen.
2. Ten behoeve van de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt bij een aantal vleeskuikens van een koppel beoordeeld bij hoeveel dieren er:
a. geen of een zeer kleine verkleuring zichtbaar is (klasse 0);
b. verkleuring maar geen diepe aantasting aanwezig is (klasse 1);
c. een laesie met aantasting van de opperhuid en onderhuidse ontsteking aanwezig is (klasse 2).
3. De eigenaar of houder maakt afspraken met de slachterij respectievelijk het bedrijf dat de vaststelling in de stal verricht, zodanig dat de vaststelling plaatsvindt:
a. bij de slachterij: 1°. door een daarvoor opgeleide medewerker, bij 100 kuikens van elk koppel, waarvan 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 30% van het koppel, en 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 60% van het koppel, met inachtneming van het protocol dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd, dan wel
2°. met gebruikmaking van een digitaal meetsysteem bij ten minste 70% van alle kuikens van elk koppel;
1°. door een daarvoor opgeleide medewerker, bij 100 kuikens van elk koppel, waarvan 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 30% van het koppel, en 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 60% van het koppel, met inachtneming van het protocol dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd, dan wel
2°. met gebruikmaking van een digitaal meetsysteem bij ten minste 70% van alle kuikens van elk koppel;
b. in de stal: maximaal 5 werkdagen voordat de laatste vleeskuikens worden weggeladen, bij 100 kuikens van elk koppel met inachtneming van het protocol dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd.
4. De totaalscore voor het koppel wordt vastgesteld:
a. in geval van visuele meting in de slachterij of het houderijbedrijf met gebruikmaking van de formule: aantal punten= (aantal dieren klasse 0).0 + (aantal dieren klasse 1).0,5 + (aantal dieren klasse 2).2
b. bij meting door middel van een camerasysteem met de formule: aantal punten= (percentage dieren klasse 0).0 + (percentage dieren klasse 1).0,5 + (percentage dieren klasse 2).2
5. De eigenaar of houder, bedoeld in het eerste lid, verstrekt per koppel de gegevens waaruit de score blijkt binnen 30 dagen na de vaststelling aan de minister. De artikelen 2, tweede lid, en 5, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De eigenaar of houder, bedoeld in het eerste lid, stelt na elk kalenderjaar een gemiddelde score voor het afgelopen jaar per stal vast op basis van de gegevens, bedoeld in het vijfde lid.
2. Ten behoeve van de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt bij een aantal vleeskuikens van een koppel beoordeeld bij hoeveel dieren er:
a. geen of een zeer kleine verkleuring zichtbaar is (klasse 0);
b. verkleuring maar geen diepe aantasting aanwezig is (klasse 1);
c. een laesie met aantasting van de opperhuid en onderhuidse ontsteking aanwezig is (klasse 2).
3. De eigenaar of houder maakt afspraken met de slachterij respectievelijk het bedrijf dat de vaststelling in de stal verricht, zodanig dat de vaststelling plaatsvindt:
a. bij de slachterij: 1°. door een daarvoor opgeleide medewerker, bij 100 kuikens van elk koppel, waarvan 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 30% van het koppel, en 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 60% van het koppel, met inachtneming van het protocol dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd, dan wel
2°. met gebruikmaking van een digitaal meetsysteem bij ten minste 70% van alle kuikens van elk koppel;
1°. door een daarvoor opgeleide medewerker, bij 100 kuikens van elk koppel, waarvan 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 30% van het koppel, en 50 kuikens direct na verwerking van ongeveer 60% van het koppel, met inachtneming van het protocol dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd, dan wel
2°. met gebruikmaking van een digitaal meetsysteem bij ten minste 70% van alle kuikens van elk koppel;
b. in de stal: maximaal 5 werkdagen voordat de laatste vleeskuikens worden weggeladen, bij 100 kuikens van elk koppel met inachtneming van het protocol dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd.
4. De totaalscore voor het koppel wordt vastgesteld:
a. in geval van visuele meting in de slachterij of het houderijbedrijf met gebruikmaking van de formule: aantal punten= (aantal dieren klasse 0).0 + (aantal dieren klasse 1).0,5 + (aantal dieren klasse 2).2
b. bij meting door middel van een camerasysteem met de formule: aantal punten= (percentage dieren klasse 0).0 + (percentage dieren klasse 1).0,5 + (percentage dieren klasse 2).2
5. De eigenaar of houder, bedoeld in het eerste lid, verstrekt per koppel de gegevens waaruit de score blijkt binnen 30 dagen na de vaststelling aan de minister. De artikelen 2, tweede lid, en 5, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De eigenaar of houder, bedoeld in het eerste lid, stelt na elk kalenderjaar een gemiddelde score voor het afgelopen jaar per stal vast op basis van de gegevens, bedoeld in het vijfde lid.