BWBR0029051
Geldig vanaf 15-12-2010
Artikel 7
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Commissariaat voor de Media 2010
1. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling door of namens het College, dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd ‘Commissariaat voor de Media’ en onder vermelding aan het slot van ‘Commissariaat voor de Media’, gevolgd door de naam en functie van de voorzitter en het lid van het College wiens portefeuille het betreft.
2. Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door het College, wordt ondertekend door de voorzitter en het lid van het College wiens portefeuille het betreft. In het geval dat het onderwerp binnen de portefeuille van de voorzitter valt, wordt het document ondertekend door de voorzitter en één van de twee andere leden van het College, ongeacht de portefeuille.
3. Bij ontstentenis van de voorzitter of het lid van het College wiens portefeuille het betreft, wordt het door het College vastgestelde document ondertekend door de voorzitter dan wel het lid van het College wiens portefeuille het betreft en het andere lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
4. Bij ontstentenis van twee leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door het aanwezige lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.) en de secretaris van het College indien het document ziet op de uitvoering van inhoudelijke taken van het Commissariaat voor de Media, dan wel de zakelijk directeur indien het document betrekking heeft op de organisatie of bedrijfsvoering van het Commissariaat voor de Media onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.). Het in dit lid gemaakte onderscheid in taakverdeling tussen de secretaris van het College en de zakelijk directeur is eveneens van toepassing in de volgende leden.
5. Bij ontstentenis van alle leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door de secretaris van het College dan wel de zakelijk directeur onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.) en de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
6. Bij ontstentenis van alle leden van het College, de secretaris van het College of de zakelijk directeur wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.) en een andere in artikel 3 genoemde functionaris onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.)
7. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling door of namens het College overeenkomstig artikel 2 dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd ‘Commissariaat voor de Media’ en onder vermelding aan het slot van ‘Commissariaat voor de Media’, gevolgd door de naam en functie van het lid van het College wiens portefeuille het betreft.
8. Een document als bedoeld in het vorige lid wordt ondertekend door het lid van het College wiens portefeuille het betreft.
9. Bij ontstentenis van het betrokken lid van het College wordt het document ondertekend door een ander lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.)
10. Bij ontstentenis van alle leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de secretaris van het College dan wel de zakelijk directeur onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
11. Bij ontstentenis van alle leden van het College en de secretaris van het College of de zakelijk directeur wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
12. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling namens het College overeenkomstig de artikelen 3 en 4 dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd ‘Commissariaat voor de Media’ gevolgd door de naam en functie van de functionaris wiens werkterrein het betreft.
13. Een document als bedoeld in het vorige lid wordt ondertekend door de functionaris wiens werkterrein het betreft.
14. Bij ontstentenis van de betrokken functionaris wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de secretaris van het College dan wel de zakelijk directeur onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
15. Bij ontstentenis van de secretaris van het College en de zakelijk directeur wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door een andere in artikel 3 genoemde functionaris onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
2. Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door het College, wordt ondertekend door de voorzitter en het lid van het College wiens portefeuille het betreft. In het geval dat het onderwerp binnen de portefeuille van de voorzitter valt, wordt het document ondertekend door de voorzitter en één van de twee andere leden van het College, ongeacht de portefeuille.
3. Bij ontstentenis van de voorzitter of het lid van het College wiens portefeuille het betreft, wordt het door het College vastgestelde document ondertekend door de voorzitter dan wel het lid van het College wiens portefeuille het betreft en het andere lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
4. Bij ontstentenis van twee leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door het aanwezige lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.) en de secretaris van het College indien het document ziet op de uitvoering van inhoudelijke taken van het Commissariaat voor de Media, dan wel de zakelijk directeur indien het document betrekking heeft op de organisatie of bedrijfsvoering van het Commissariaat voor de Media onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.). Het in dit lid gemaakte onderscheid in taakverdeling tussen de secretaris van het College en de zakelijk directeur is eveneens van toepassing in de volgende leden.
5. Bij ontstentenis van alle leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door de secretaris van het College dan wel de zakelijk directeur onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.) en de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
6. Bij ontstentenis van alle leden van het College, de secretaris van het College of de zakelijk directeur wordt in spoedeisende gevallen het door het College vastgestelde document ondertekend door de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.) en een andere in artikel 3 genoemde functionaris onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.)
7. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling door of namens het College overeenkomstig artikel 2 dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd ‘Commissariaat voor de Media’ en onder vermelding aan het slot van ‘Commissariaat voor de Media’, gevolgd door de naam en functie van het lid van het College wiens portefeuille het betreft.
8. Een document als bedoeld in het vorige lid wordt ondertekend door het lid van het College wiens portefeuille het betreft.
9. Bij ontstentenis van het betrokken lid van het College wordt het document ondertekend door een ander lid van het College onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.)
10. Bij ontstentenis van alle leden van het College wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de secretaris van het College dan wel de zakelijk directeur onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
11. Bij ontstentenis van alle leden van het College en de secretaris van het College of de zakelijk directeur wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de in artikel 3 genoemde functionaris wiens werkterrein het betreft onder toevoeging van ‘in opdracht’ (i.o.).
12. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling namens het College overeenkomstig de artikelen 3 en 4 dient te geschieden op briefpapier van het Commissariaat voor de Media met het hoofd ‘Commissariaat voor de Media’ gevolgd door de naam en functie van de functionaris wiens werkterrein het betreft.
13. Een document als bedoeld in het vorige lid wordt ondertekend door de functionaris wiens werkterrein het betreft.
14. Bij ontstentenis van de betrokken functionaris wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door de secretaris van het College dan wel de zakelijk directeur onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
15. Bij ontstentenis van de secretaris van het College en de zakelijk directeur wordt in spoedeisende gevallen het document ondertekend door een andere in artikel 3 genoemde functionaris onder toevoeging van ‘bij afwezigheid’ (b.a.).
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029051
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl