Onverminderd de mogelijkheid van mandatering overeenkomstig artikel 3 zijn de volgende handelingen voorbehouden aan het College:
1. het nemen van besluiten van het Commissariaat voor de Media, waaronder in ieder geval de besluiten: a. tot het vaststellen van de begroting van het Commissariaat voor de Media;
b. tot het vaststellen van het jaarverslag van het Commissariaat voor de Media;
c. tot het toewijzen, intrekken of weigeren van aanwijzingen voor het verzorgen van media-aanbod voor de landelijke, regionale en lokale publieke mediadienst met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de aanwijzing op verzoek van de media-instelling;
d. tot het verlenen, intrekken of weigeren van toestemming voor commerciële omroep, met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de toestemming op verzoek van de commerciële omroepinstelling;
e. tot het vaststellen, wijzigen en intrekken van beleidsregels;
f. tot het opleggen van een administratieve sanctie;
g. tot het aanbrengen van wijzigingen in de organisatiestructuur van het Commissariaat voor de Media.
a. tot het vaststellen van de begroting van het Commissariaat voor de Media;
b. tot het vaststellen van het jaarverslag van het Commissariaat voor de Media;
c. tot het toewijzen, intrekken of weigeren van aanwijzingen voor het verzorgen van media-aanbod voor de landelijke, regionale en lokale publieke mediadienst met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de aanwijzing op verzoek van de media-instelling;
d. tot het verlenen, intrekken of weigeren van toestemming voor commerciële omroep, met uitzondering van het intrekken of wijzigen van de toestemming op verzoek van de commerciële omroepinstelling;
e. tot het vaststellen, wijzigen en intrekken van beleidsregels;
f. tot het opleggen van een administratieve sanctie;
g. tot het aanbrengen van wijzigingen in de organisatiestructuur van het Commissariaat voor de Media.
2. het uiten van het voornemen tot oplegging van een administratieve sanctie.
3. de aangelegenheden betreffende: a. de hoofdlijnen van het personeelsbeleid, waaronder begrepen: het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid; het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;
b. de hoofdlijnen van het algemene communicatiebeleid, waaronder begrepen de bekendmaking van belangrijke (voorgenomen) besluiten en de daarmee verband houdende communicatiestrategieën;
c. de hoofdlijnen van het formatiebeleid.
a. de hoofdlijnen van het personeelsbeleid, waaronder begrepen: het vaststellen van kaders voor het te voeren arbeidsvoorwaardenbeleid; het vaststellen van kaders voor het te voeren sociaal beleid;
b. de hoofdlijnen van het algemene communicatiebeleid, waaronder begrepen de bekendmaking van belangrijke (voorgenomen) besluiten en de daarmee verband houdende communicatiestrategieën;
c. de hoofdlijnen van het formatiebeleid.
4. de afdoening en ondertekening van stukken; a. gericht aan ministers en staatssecretarissen;
b. gericht aan de Eerste en Tweede Kamer;
c. gericht aan de Algemene Rekenkamer;
d. gericht aan de Nationale Ombudsman.
a. gericht aan ministers en staatssecretarissen;
b. gericht aan de Eerste en Tweede Kamer;
c. gericht aan de Algemene Rekenkamer;
d. gericht aan de Nationale Ombudsman.