BWBR0028918
Geldig vanaf 2012-12-20
Artikel 4
Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting
1. De toegelaten instelling gaat gedurende 25 jaar met betrekking tot ten minste 90% van haar woongelegenheden, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, slechts overeenkomsten van huur en verhuur aan, indien:
a. het huishoudinkomen niet hoger is dan € 34.911;
b. in die woongelegenheden personen worden gehuisvest op grond van een indicatiebesluit als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg voor verblijf als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, van die wet of voor direct oproepbare assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen als bedoeld in artikel 10.1.4 van die wet, of
c. in die woongelegenheden personen worden gehuisvest die op grond van artikel 2.1 van het Besluit zorgverzekering voor een periode van ten minste een jaar ten minste 10 uur per week verpleging of verzorging als bedoeld in artikel 2.10 van dat besluit ontvangen.
2. Indien de toegelaten instelling woongelegenheden waarop het eerste lid en artikel 4bisvan toepassing is, verhuurt aan een rechtspersoon of vennootschap die overeenkomsten van huur en verhuur aangaat met natuurlijke personen of aan een rechtspersoon of vennootschap die verhuurt aan een andere rechtspersoon of vennootschap welke overeenkomsten van huur en verhuur aangaat met natuurlijke personen, draagt zij er zorg voor dat die rechtspersoon of vennootschap met betrekking tot die woongelegenheden het eerste lid en artikel 4bis naleeft. Daartoe voert de toegelaten instelling overleg met de rechtspersoon of vennootschap die de woongelegenheden waarop het eerste lid en artikel 4bis van toepassing is, huurt van de toegelaten instelling, met het oogmerk te bewerkstelligen dat die rechtspersoon of vennootschap alle handelingen verricht en aan de toegelaten instelling alle inlichtingen verschaft die voor haar noodzakelijk zijn om aan de eerste volzin en aan artikel 6te voldoen. Het is de toegelaten instelling verboden een overeenkomst met een rechtspersoon of vennootschap ter zake van de huur en verhuur van woongelegenheden waarop het eerste lid van toepassing is, aan te gaan die in de weg staat aan de juiste toepassing van de tweede volzin van dit lid. Indien een voor 18 mei 2013 aangegane zodanige overeenkomst ertoe leidt dat die toegelaten instelling niet over alle gegevens beschikt die noodzakelijk zijn voor een beoordeling als bedoeld in artikel 7, eerste volzin, wordt dat die toegelaten instelling bij die beoordeling niet aangerekend.
3. De toegelaten instelling geeft bij het aangaan van overeenkomsten van huur en verhuur met betrekking tot woongelegenheden als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de gevallen dat het huishoudinkomen hoger is dan het in de aanhef van het eerste lid genoemde bedrag, voorrang aan huishoudens voor welke de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is uit het oogpunt van gezondheid, veiligheid, sociale factoren, overmacht of calamiteiten. Vervolgens houdt de toegelaten instelling bij het aangaan van zodanige overeenkomsten de volgorde aan die voortvloeit uit het daarover door haar vast te stellen beleid, tenzij uit een huisvestingsverordening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0035303/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014</a>een andere volgorde voortvloeit.
4. De compensatie voor de taken, genoemd in artikel 2, onderdelen a tot en met e, en, voor zover daarmee verband houdende, de taken, genoemd in artikel 2, onderdeel j, komt de toegelaten instelling in elk geval volledig toe, indien zij voldoet aan artikel 3, eerste lid, het eerste tot en met derde lid van dit artikel en de artikelen 4bisen 4a.
5. Het bedrag, genoemd in het eerste lid,wordt met ingang van elk jaar, voor het eerst op 1 januari 2012, gewijzigd met het percentage waarmee per gelijke datum het bedrag, genoemd in <a href="/wet/BWBR0008659/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag</a>wordt gewijzigd. Het bedrag, genoemd in <a href="/wet/BWBR0005686" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">bijlage II, hoofdstuk 5.8, onder 5, bij het Besluit beheer sociale-huursector</a>, wordt met ingang van elk jaar, voor het eerst op 1 januari 2013, vervangen door het bedrag zoals dat op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar overeenkomstig de eerste zin is gewijzigd.
a. het huishoudinkomen niet hoger is dan € 34.911;
b. in die woongelegenheden personen worden gehuisvest op grond van een indicatiebesluit als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg voor verblijf als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, van die wet of voor direct oproepbare assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen als bedoeld in artikel 10.1.4 van die wet, of
c. in die woongelegenheden personen worden gehuisvest die op grond van artikel 2.1 van het Besluit zorgverzekering voor een periode van ten minste een jaar ten minste 10 uur per week verpleging of verzorging als bedoeld in artikel 2.10 van dat besluit ontvangen.
2. Indien de toegelaten instelling woongelegenheden waarop het eerste lid en artikel 4bisvan toepassing is, verhuurt aan een rechtspersoon of vennootschap die overeenkomsten van huur en verhuur aangaat met natuurlijke personen of aan een rechtspersoon of vennootschap die verhuurt aan een andere rechtspersoon of vennootschap welke overeenkomsten van huur en verhuur aangaat met natuurlijke personen, draagt zij er zorg voor dat die rechtspersoon of vennootschap met betrekking tot die woongelegenheden het eerste lid en artikel 4bis naleeft. Daartoe voert de toegelaten instelling overleg met de rechtspersoon of vennootschap die de woongelegenheden waarop het eerste lid en artikel 4bis van toepassing is, huurt van de toegelaten instelling, met het oogmerk te bewerkstelligen dat die rechtspersoon of vennootschap alle handelingen verricht en aan de toegelaten instelling alle inlichtingen verschaft die voor haar noodzakelijk zijn om aan de eerste volzin en aan artikel 6te voldoen. Het is de toegelaten instelling verboden een overeenkomst met een rechtspersoon of vennootschap ter zake van de huur en verhuur van woongelegenheden waarop het eerste lid van toepassing is, aan te gaan die in de weg staat aan de juiste toepassing van de tweede volzin van dit lid. Indien een voor 18 mei 2013 aangegane zodanige overeenkomst ertoe leidt dat die toegelaten instelling niet over alle gegevens beschikt die noodzakelijk zijn voor een beoordeling als bedoeld in artikel 7, eerste volzin, wordt dat die toegelaten instelling bij die beoordeling niet aangerekend.
3. De toegelaten instelling geeft bij het aangaan van overeenkomsten van huur en verhuur met betrekking tot woongelegenheden als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de gevallen dat het huishoudinkomen hoger is dan het in de aanhef van het eerste lid genoemde bedrag, voorrang aan huishoudens voor welke de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is uit het oogpunt van gezondheid, veiligheid, sociale factoren, overmacht of calamiteiten. Vervolgens houdt de toegelaten instelling bij het aangaan van zodanige overeenkomsten de volgorde aan die voortvloeit uit het daarover door haar vast te stellen beleid, tenzij uit een huisvestingsverordening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0035303/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014</a>een andere volgorde voortvloeit.
4. De compensatie voor de taken, genoemd in artikel 2, onderdelen a tot en met e, en, voor zover daarmee verband houdende, de taken, genoemd in artikel 2, onderdeel j, komt de toegelaten instelling in elk geval volledig toe, indien zij voldoet aan artikel 3, eerste lid, het eerste tot en met derde lid van dit artikel en de artikelen 4bisen 4a.
5. Het bedrag, genoemd in het eerste lid,wordt met ingang van elk jaar, voor het eerst op 1 januari 2012, gewijzigd met het percentage waarmee per gelijke datum het bedrag, genoemd in <a href="/wet/BWBR0008659/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag</a>wordt gewijzigd. Het bedrag, genoemd in <a href="/wet/BWBR0005686" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">bijlage II, hoofdstuk 5.8, onder 5, bij het Besluit beheer sociale-huursector</a>, wordt met ingang van elk jaar, voor het eerst op 1 januari 2013, vervangen door het bedrag zoals dat op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar overeenkomstig de eerste zin is gewijzigd.