BWBR0028918
Geldig vanaf 2012-12-20
Artikel 10a
Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting
1. Tot en met 31 december 2015 kan de toegelaten instelling met betrekking tot ten minste 90% van haar woongelegenheden, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, tevens overeenkomsten van huur en verhuur aangaan indien in die woongelegenheden personen worden gehuisvest op grond van een indicatiebesluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, zoals dit luidde op 31 december 2014 of op grond van een indicatiebesluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, zoals dit luidde op 31 december 2012.
2. De toegelaten instelling kan met betrekking tot ten minste 90% van haar woongelegenheden, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, tevens overeenkomsten van huur en verhuur aangaan indien in die woongelegenheden personen worden gehuisvest op grond van een indicatiebesluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen b en c, zoals deze luidden op 31 december 2014.
3. Tot en met 31 augustus 2015 is het eerste lid van overeenkomstige toepassing indien personen worden gehuisvest op grond van een in de periode van 28 juli 2014 tot en met 31 december 2014 afgegeven indicatiebesluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, zoals dit luidde op 31 december 2014, met dien verstande dat het indicatiebesluit een geldigheidsduur heeft van ten minste zes maanden.
2. De toegelaten instelling kan met betrekking tot ten minste 90% van haar woongelegenheden, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, tevens overeenkomsten van huur en verhuur aangaan indien in die woongelegenheden personen worden gehuisvest op grond van een indicatiebesluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen b en c, zoals deze luidden op 31 december 2014.
3. Tot en met 31 augustus 2015 is het eerste lid van overeenkomstige toepassing indien personen worden gehuisvest op grond van een in de periode van 28 juli 2014 tot en met 31 december 2014 afgegeven indicatiebesluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, zoals dit luidde op 31 december 2014, met dien verstande dat het indicatiebesluit een geldigheidsduur heeft van ten minste zes maanden.