BWBR0028733
Geldig vanaf 07-12-2010
Artikel 34
Wet publieke gezondheid BES
1. Indien de officier van justitie van oordeel is dat aan de voorwaarden voor de opneming ter isolatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid, het onderzoek, bedoeld in artikel 26, derde lid, of de maatregel van quarantaine, bedoeld in artikel 30, is voldaan, doet hij uiterlijk op de dag na de datum van ontvangst van de beschikking een verzoek tot een machtiging tot voortzetting van de isolatie, de quarantaine of tot het onderzoek.
2. De officier van justitie deelt aan de betrokkene, de gezaghebber en in voorkomend geval de instelling, schriftelijk mede dat hij het verzoek heeft gedaan of dat hij heeft besloten om geen verzoek te doen.
3. Het besluit geen verzoek te doen neemt de officier van justitie niet dan nadat hij het advies van de Inspectie heeft ingewonnen.
4. Met het besluit geen verzoek te doen, vervalt de beschikking tot opneming ter isolatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid, de beschikking tot het onderzoek, bedoeld in artikel 26, derde lid, of de beschikking een persoon te onderwerpen aan de maatregel van quarantaine, bedoeld in artikel 30, van rechtswege.
2. De officier van justitie deelt aan de betrokkene, de gezaghebber en in voorkomend geval de instelling, schriftelijk mede dat hij het verzoek heeft gedaan of dat hij heeft besloten om geen verzoek te doen.
3. Het besluit geen verzoek te doen neemt de officier van justitie niet dan nadat hij het advies van de Inspectie heeft ingewonnen.
4. Met het besluit geen verzoek te doen, vervalt de beschikking tot opneming ter isolatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid, de beschikking tot het onderzoek, bedoeld in artikel 26, derde lid, of de beschikking een persoon te onderwerpen aan de maatregel van quarantaine, bedoeld in artikel 30, van rechtswege.
- Citeren als
- Art. 34
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028733
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl