BWBR0028733
Geldig vanaf 07-12-2010
Artikel 26
Wet publieke gezondheid BES
1. De gezaghebber kan een persoon onverwijld ter isolatie in een zorginstelling doen opnemen, indien:
a. 1°. hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A,
2°. ten aanzien van de betrokkene de melding ingevolge artikel 17, derde lid, heeft plaatsgevonden, of
3°. de betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A of B1,
1°. hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A,
2°. ten aanzien van de betrokkene de melding ingevolge artikel 17, derde lid, heeft plaatsgevonden, of
3°. de betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A of B1,
b. ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat door verspreiding van die infectieziekte,
c. dit gevaar niet op andere wijze effectief kan worden afgewend, en
d. de betrokkene niet tot opneming ter isolatie bereid is.
2. De gezaghebber kan een ter isolatie opgenomen persoon door een arts doen onderzoeken indien:
a. ten gevolge van de infectieziekte onmiddellijk gevaar dreigt voor de gezondheid van derden,
b. de aard en de omvang van dit gevaar niet op andere wijze dan door onderzoek kunnen worden vastgesteld,
c. de uitkomst van het onderzoek noodzakelijk is om dit gevaar effectief te kunnen afwenden, en
d. de betrokkene niet bereid is het onderzoek te ondergaan.
3. De gezaghebber kan een ter isolatie opgenomen persoon door een arts in het lichaam doen onderzoeken indien aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, is voldaan en de rechter daartoe een machtiging heeft verleend.
4. Het onderzoek, bedoeld in het tweede en derde lid, omvat niet meer dan nodig is ter afwending van het gevaar voor derden.
a. 1°. hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A,
2°. ten aanzien van de betrokkene de melding ingevolge artikel 17, derde lid, heeft plaatsgevonden, of
3°. de betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A of B1,
1°. hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A,
2°. ten aanzien van de betrokkene de melding ingevolge artikel 17, derde lid, heeft plaatsgevonden, of
3°. de betrokkene lijdt aan een infectieziekte behorend tot groep A of B1,
b. ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat door verspreiding van die infectieziekte,
c. dit gevaar niet op andere wijze effectief kan worden afgewend, en
d. de betrokkene niet tot opneming ter isolatie bereid is.
2. De gezaghebber kan een ter isolatie opgenomen persoon door een arts doen onderzoeken indien:
a. ten gevolge van de infectieziekte onmiddellijk gevaar dreigt voor de gezondheid van derden,
b. de aard en de omvang van dit gevaar niet op andere wijze dan door onderzoek kunnen worden vastgesteld,
c. de uitkomst van het onderzoek noodzakelijk is om dit gevaar effectief te kunnen afwenden, en
d. de betrokkene niet bereid is het onderzoek te ondergaan.
3. De gezaghebber kan een ter isolatie opgenomen persoon door een arts in het lichaam doen onderzoeken indien aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, is voldaan en de rechter daartoe een machtiging heeft verleend.
4. Het onderzoek, bedoeld in het tweede en derde lid, omvat niet meer dan nodig is ter afwending van het gevaar voor derden.
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028733
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl