BWBR0028629
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 9
Arbeidsveiligheidsbesluit II BES
1. Een steiger moet voldoende en doelmatig tegen schranken gevrijwaard worden.
2. Een steiger moet, tenzij het een op zichzelf staande steiger is, stevig verbonden zijn met het gebouw op passende afstanden in horizontale en verticale richting.
3. Indien de steiger een op zichzelf staande steiger is, moet tenminste één derde van het aantal kortelingen op zijn plaats stevig bevestigd blijven aan de scheerhouten of aan de staanders, tot de steiger volledig wordt afgebroken.
4. Alle constructies en hulpmiddelen, die gebruikt worden als ondersteuning voor een werkvloer, moeten degelijk geconstrueerd zijn, vast op de grond staan en voldoende tegen schranken zijn geschut en geschoord.
5. Losse stenen, afvoerbuizen en ander ongeschikt materiaal mag niet gebruikt worden bij de opbouw of ondersteuning van steigers.
6. Steigervloeren die meer dan 5 m boven het terrein zijn gelegen moeten over het volle steigervlak tegen schranken zijn geschoord. De scherpe hoek, welke de schoren of het verlengde daarvan met het maaiveld maakt, mag niet minder dan 45 en niet meer dan 70 bedragen.
2. Een steiger moet, tenzij het een op zichzelf staande steiger is, stevig verbonden zijn met het gebouw op passende afstanden in horizontale en verticale richting.
3. Indien de steiger een op zichzelf staande steiger is, moet tenminste één derde van het aantal kortelingen op zijn plaats stevig bevestigd blijven aan de scheerhouten of aan de staanders, tot de steiger volledig wordt afgebroken.
4. Alle constructies en hulpmiddelen, die gebruikt worden als ondersteuning voor een werkvloer, moeten degelijk geconstrueerd zijn, vast op de grond staan en voldoende tegen schranken zijn geschut en geschoord.
5. Losse stenen, afvoerbuizen en ander ongeschikt materiaal mag niet gebruikt worden bij de opbouw of ondersteuning van steigers.
6. Steigervloeren die meer dan 5 m boven het terrein zijn gelegen moeten over het volle steigervlak tegen schranken zijn geschoord. De scherpe hoek, welke de schoren of het verlengde daarvan met het maaiveld maakt, mag niet minder dan 45 en niet meer dan 70 bedragen.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028629
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl