BWBR0028621
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 12
Besluit radio-elektrische inrichtingen BES
1. Op een aanvraag als bedoeld in artikel 6 wordt door Onze Minister beslist binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag.
2. Een besluit tot afwijzing van een aanvraag om een machtiging of een ontheffing dan wel om een wijziging daarvan wordt met redenen omkleed.
3. Indien niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn beslist kan worden, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en geeft daarbij een termijn aan die niet langer zal zijn dan zes maanden, waarbinnen een beslissing zal worden genomen.
4. Het verloop van de termijn bedoeld in het eerste lid wordt van rechtswege opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister krachtens artikel 9 de aanvrager verzoekt de aanvraag aan te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de krachtens artikel 9 gestelde termijn is verstreken.
5. Het verloop van de termijn in het eerste lid wordt voorts van rechtswege opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister krachtens artikel 10 of 11 de aanvrager respectievelijk de machtiginghouder of de houder van de ontheffing in de gelegenheid stelt zijn zienswijze omtrent het voorgenomen besluit naar voren te brengen of de krachtens artikel 10 of 11 gestelde termijn is verstreken.
2. Een besluit tot afwijzing van een aanvraag om een machtiging of een ontheffing dan wel om een wijziging daarvan wordt met redenen omkleed.
3. Indien niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn beslist kan worden, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en geeft daarbij een termijn aan die niet langer zal zijn dan zes maanden, waarbinnen een beslissing zal worden genomen.
4. Het verloop van de termijn bedoeld in het eerste lid wordt van rechtswege opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister krachtens artikel 9 de aanvrager verzoekt de aanvraag aan te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de krachtens artikel 9 gestelde termijn is verstreken.
5. Het verloop van de termijn in het eerste lid wordt voorts van rechtswege opgeschort met ingang van de dag waarop Onze Minister krachtens artikel 10 of 11 de aanvrager respectievelijk de machtiginghouder of de houder van de ontheffing in de gelegenheid stelt zijn zienswijze omtrent het voorgenomen besluit naar voren te brengen of de krachtens artikel 10 of 11 gestelde termijn is verstreken.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028621
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl