BWBR0028621
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 1
Besluit radio-elektrische inrichtingen BES
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet:Wet telecommunicatievoorzieningen BES;
b. toezichthoudende ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 31a, van de wet;
c. zendinrichting: radio-elektrische zendinrichting, bestaande uit één apparaat dan wel uit een samenstel van apparaten;
d. ontvanginrichting: radio-elektrische ontvanginrichting, bestaande uit één apparaat dan wel uit een samenstel van apparaten, niet uitsluitend bestemd voor de ontvangst van omroepprogramma’s;
e. vrijstelling van een machtiging: vrijstelling van het vereiste van een machtiging, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de wet;
f. machtiginghouder: degene aan wie machtiging is verleend ten aanzien van een zendinrichting of een ontvanginrichting;
g. houder: 1°. met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor een machtiging is verleend: de machtiginghouder, en
2°. met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor het vereiste van een machtiging niet geldt dan wel ten aanzien waarvan vrijstelling van een machtiging is verleend: degene die deze inrichtingen aanlegt, aanwezig heeft of gebruikt;
1°. met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor een machtiging is verleend: de machtiginghouder, en
2°. met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor het vereiste van een machtiging niet geldt dan wel ten aanzien waarvan vrijstelling van een machtiging is verleend: degene die deze inrichtingen aanlegt, aanwezig heeft of gebruikt;
h. ondernemer: degene die het vervaardigen, verhandelen, installeren of herstellen van zendinrichtingen of ontvang-inrichtingen als beroep of bedrijf uitoefent;
i. een ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet;
j. technische eisen ten aanzien van zendinrichtingen 1°. de technische eisen, bedoeld in artikel 18; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: de technische eisen, bedoeld in artikel 51;
1°. de technische eisen, bedoeld in artikel 18; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: de technische eisen, bedoeld in artikel 51;
k. verklaring van conformiteit: 1°. ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 21, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 54, eerste lid;
1°. ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 21, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 54, eerste lid;
l. verklaring van toelating: 1°. ten aanzien van zendininrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 23, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 56, eerste lid;
1°. ten aanzien van zendininrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 23, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 56, eerste lid;
m. bewijs van goedkeuring 1°. ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 38, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 69, eerste lid.
1°. ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 38, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 69, eerste lid.
a. wet:Wet telecommunicatievoorzieningen BES;
b. toezichthoudende ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 31a, van de wet;
c. zendinrichting: radio-elektrische zendinrichting, bestaande uit één apparaat dan wel uit een samenstel van apparaten;
d. ontvanginrichting: radio-elektrische ontvanginrichting, bestaande uit één apparaat dan wel uit een samenstel van apparaten, niet uitsluitend bestemd voor de ontvangst van omroepprogramma’s;
e. vrijstelling van een machtiging: vrijstelling van het vereiste van een machtiging, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de wet;
f. machtiginghouder: degene aan wie machtiging is verleend ten aanzien van een zendinrichting of een ontvanginrichting;
g. houder: 1°. met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor een machtiging is verleend: de machtiginghouder, en
2°. met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor het vereiste van een machtiging niet geldt dan wel ten aanzien waarvan vrijstelling van een machtiging is verleend: degene die deze inrichtingen aanlegt, aanwezig heeft of gebruikt;
1°. met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor een machtiging is verleend: de machtiginghouder, en
2°. met betrekking tot zendinrichtingen of ontvanginrichtingen waarvoor het vereiste van een machtiging niet geldt dan wel ten aanzien waarvan vrijstelling van een machtiging is verleend: degene die deze inrichtingen aanlegt, aanwezig heeft of gebruikt;
h. ondernemer: degene die het vervaardigen, verhandelen, installeren of herstellen van zendinrichtingen of ontvang-inrichtingen als beroep of bedrijf uitoefent;
i. een ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet;
j. technische eisen ten aanzien van zendinrichtingen 1°. de technische eisen, bedoeld in artikel 18; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: de technische eisen, bedoeld in artikel 51;
1°. de technische eisen, bedoeld in artikel 18; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: de technische eisen, bedoeld in artikel 51;
k. verklaring van conformiteit: 1°. ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 21, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 54, eerste lid;
1°. ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 21, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 54, eerste lid;
l. verklaring van toelating: 1°. ten aanzien van zendininrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 23, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 56, eerste lid;
1°. ten aanzien van zendininrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 23, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 56, eerste lid;
m. bewijs van goedkeuring 1°. ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 38, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 69, eerste lid.
1°. ten aanzien van zendinrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 38, eerste lid; en
2°. ten aanzien van ontvanginrichtingen: een bewijsstuk als bedoeld in artikel 69, eerste lid.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028621
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl