BWBR0028616
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 135
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
1. Ieder die partij was in een geding, is bevoegd, binnen drie maanden nadat van enige omstandigheid als in het tweede lid bedoeld is gebleken, de herziening van een onherroepelijke of onherroepelijk geworden uitspraak te verzoeken.
2. Zij wordt verzocht op grond, dat gebleken is van enige omstandigheid, die bij de behandeling van het bezwaar en/of beroep aan het gerecht en/of de raad niet bekend was en die op zich zelf of in verband met andere feiten of omstandigheden ernstige twijfel doet ontstaan aan de juistheid van de uitspraak van het gerecht en/of de raad.
3. Van uitspraken, die niet zijn einduitspraken, kan de herziening slechts tegelijk met die van de einduitspraak worden verzocht.
2. Zij wordt verzocht op grond, dat gebleken is van enige omstandigheid, die bij de behandeling van het bezwaar en/of beroep aan het gerecht en/of de raad niet bekend was en die op zich zelf of in verband met andere feiten of omstandigheden ernstige twijfel doet ontstaan aan de juistheid van de uitspraak van het gerecht en/of de raad.
3. Van uitspraken, die niet zijn einduitspraken, kan de herziening slechts tegelijk met die van de einduitspraak worden verzocht.
- Citeren als
- Art. 135
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028616
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl