BWBR0028575
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 3
Wet identificatieplicht BES
1. Handelen in strijd met de in artikel 1 gestelde voorschriften is een overtreding en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie.
2. Indien tijdens het plegen van een strafbaar feit, bedoeld in het eerste lid, nog geen jaar is verlopen sedert een eerdere veroordeling van de schuldige wegens het plegen van een strafbaar feit, bedoeld in dat lid, onherroepelijk is geworden dan wel vrijwillig is voldaan aan een voorwaarde door het openbaar ministerie krachtens artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht BES gesteld, kan hechtenis of een geldboete tot het dubbele van het in het eerste lid voor elk gestelde maximum worden opgelegd.
2. Indien tijdens het plegen van een strafbaar feit, bedoeld in het eerste lid, nog geen jaar is verlopen sedert een eerdere veroordeling van de schuldige wegens het plegen van een strafbaar feit, bedoeld in dat lid, onherroepelijk is geworden dan wel vrijwillig is voldaan aan een voorwaarde door het openbaar ministerie krachtens artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht BES gesteld, kan hechtenis of een geldboete tot het dubbele van het in het eerste lid voor elk gestelde maximum worden opgelegd.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028575
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl