BWBR0028575
Artikel 2
Wet identificatieplicht BES
1 Onder identiteitsdocument, als bedoeld in artikel 1, wordt verstaan:
a. een geldige identiteitskaart als bedoeld in de Wet identiteitskaarten BES; of
b. een geldig reisdocument, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Paspoortwet
(Stb. 1991, 498); of
c. een geldig rijbewijs, als bedoeld in de wegenverkeerswetgeving van Bonaire, Sint Eustatius
en Saba; of
d. de documenten, waarover een vreemdeling ingevolge de Wet toelating en uitzetting BES
moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke
positie; of
e. het door de Minister van Justitie vastgestelde identiteitsdocument, dat betrekking
heeft op de minderjarige, die ingevolge de Wet identiteitskaarten BES niet verplicht
is om in het bezit te zijn van een identiteitskaart.
2 Onze Minister van Justitie kan, al dan niet voor een bepaald tijdvak, andere dan de
in het eerste lid bedoelde documenten aanwijzen ter vaststelling van de identiteit
van personen.
a. een geldige identiteitskaart als bedoeld in de Wet identiteitskaarten BES; of
b. een geldig reisdocument, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Paspoortwet
(Stb. 1991, 498); of
c. een geldig rijbewijs, als bedoeld in de wegenverkeerswetgeving van Bonaire, Sint Eustatius
en Saba; of
d. de documenten, waarover een vreemdeling ingevolge de Wet toelating en uitzetting BES
moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke
positie; of
e. het door de Minister van Justitie vastgestelde identiteitsdocument, dat betrekking
heeft op de minderjarige, die ingevolge de Wet identiteitskaarten BES niet verplicht
is om in het bezit te zijn van een identiteitskaart.
2 Onze Minister van Justitie kan, al dan niet voor een bepaald tijdvak, andere dan de
in het eerste lid bedoelde documenten aanwijzen ter vaststelling van de identiteit
van personen.