BWBR0028574
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 231
Mijnbesluit BES
1. Indien de aangeboden schadeloosstelling is geweigerd kan; nadat zij overeenkomstig het bepaalde bij het vijfde lid van art. 230 is gedeponeerd, de rijksoverheid krachtens bevelschrift van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, desnoods door middel van den sterken arm, in het bezit van de in het eerste lid van dit art. 230 bedoelde gronden worden gesteld.
2. Bij het daartoe strekkend verzoekschrift van den persoon of de autoriteit, genoemd in het tweede lid van art. 213 moeten worden overgelegd afschriften van het in het eerste lid van art. 230 bedoelde beschikking en van de akte waaruit blijkt dat de aangeboden som ter griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie is gedeponeerd.
2. Bij het daartoe strekkend verzoekschrift van den persoon of de autoriteit, genoemd in het tweede lid van art. 213 moeten worden overgelegd afschriften van het in het eerste lid van art. 230 bedoelde beschikking en van de akte waaruit blijkt dat de aangeboden som ter griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie is gedeponeerd.
- Wet
- Mijnbesluit BES
- Citeren als
- Art. 231
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028574
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl