BWBR0028574
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 193
Mijnbesluit BES
1. De rechter behandelt zaken aangaande tijdelijke beschikking over gronden vóór elke andere.
2. Behoudens de gevallen waarin de rechter zich onbevoegd moet verklaren, de vordering om eenige andere reden behoort te worden ontzegd, de eischer met zijne vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard dan wel de nietigverklaring van de dagvaarding behoort te worden uitgesproken, mag de gevraagde machtiging om over de in de dagvaarding genoemde gronden te mogen beschikken, door den rechter slechts geheel of gedeeltelijk worden geweigerd in de gevallen voorzien bij artt. 174 en 177, dan wel wanneer het recht om opsporingswerken te verrichten is vervallen.
3. Alle gronden van verdediging, zoo exceptieve als die welke de hoofdzaak betreffen, moeten op verbeurte van het recht om de overige in te brengen, tegelijkertijd worden voorgesteld.
2. Behoudens de gevallen waarin de rechter zich onbevoegd moet verklaren, de vordering om eenige andere reden behoort te worden ontzegd, de eischer met zijne vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard dan wel de nietigverklaring van de dagvaarding behoort te worden uitgesproken, mag de gevraagde machtiging om over de in de dagvaarding genoemde gronden te mogen beschikken, door den rechter slechts geheel of gedeeltelijk worden geweigerd in de gevallen voorzien bij artt. 174 en 177, dan wel wanneer het recht om opsporingswerken te verrichten is vervallen.
3. Alle gronden van verdediging, zoo exceptieve als die welke de hoofdzaak betreffen, moeten op verbeurte van het recht om de overige in te brengen, tegelijkertijd worden voorgesteld.
- Wet
- Mijnbesluit BES
- Citeren als
- Art. 193
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028574
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl