BWBR0028574
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 161e
Mijnbesluit BES
1. De concessiehouder is verplicht zijn boekhouding in te richten volgens door de Inspecteur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van de Douane- en Accijnswet BES te stellen regelen en hij is gehouden desgevraagd aan de door de Inspecteur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van de Douane- en Accijnswet BES.aan te wijzen ambtenaren of deskundigen inzage te verlenen van boeken of andere bescheiden welke tot staving van zijn aangifte kunnen dienen.
2. Binnen acht dagen na afloop van elke maand doet de concessiehouder aangifte bij de Inspecteur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van de Douane- en Accijnswet BES van de gedurende die maand geleverde produkten en betaalt hij de cijns berekend naar de voorlopig vastgestelde handelswaarde, bij de ontvanger, onder overlegging van een afschrift van de aangifte.
3. Binnen acht dagen na de dagtekening van de beschikking waarbij de handelswaarde over enig jaar definitief werd vastgesteld betaalt de concessiehouder de te weinig betaalde cijns bij de ontvanger.
4. De bepalingen van hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES zijn van overeenkomstige toepassing op de invordering of de navordering van de cijns.
5. ’s Rijks kas heeft voor de cijns recht van voorrang, gaande boven alle andere bestaande voorrechten, daaronder begrepen pand en hypotheek, behalve de voorrechten bij de artikelen 1165 ten eerste en 1175 ten eerste van het Burgerlijk Wetboek BES bepaald, op alle roerende en onroerende goederen van de belastingschuldige.
2. Binnen acht dagen na afloop van elke maand doet de concessiehouder aangifte bij de Inspecteur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van de Douane- en Accijnswet BES van de gedurende die maand geleverde produkten en betaalt hij de cijns berekend naar de voorlopig vastgestelde handelswaarde, bij de ontvanger, onder overlegging van een afschrift van de aangifte.
3. Binnen acht dagen na de dagtekening van de beschikking waarbij de handelswaarde over enig jaar definitief werd vastgesteld betaalt de concessiehouder de te weinig betaalde cijns bij de ontvanger.
4. De bepalingen van hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES zijn van overeenkomstige toepassing op de invordering of de navordering van de cijns.
5. ’s Rijks kas heeft voor de cijns recht van voorrang, gaande boven alle andere bestaande voorrechten, daaronder begrepen pand en hypotheek, behalve de voorrechten bij de artikelen 1165 ten eerste en 1175 ten eerste van het Burgerlijk Wetboek BES bepaald, op alle roerende en onroerende goederen van de belastingschuldige.
- Wet
- Mijnbesluit BES
- Citeren als
- Art. 161e
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028574
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl