BWBR0028574
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 15
Mijnbesluit BES
1. Bij de behandeling van een verzoek om vergunning en een verzoek om toestemming tot overdracht eener vergunning, overeenkomstig de artt. 33 en 34, wordt indien overigens tegen het verzoek geen bezwaren bestaan, nagegaan of de aanvrager dan wel de verkrijger voldoet aan de in art.5 der Mijnwet BES gestelde vereischten.
2. In het geval genoemd in art.9 wordt nagegaan of de rechtverkrijgenden van een overleden vergunninghouder voldoen aan de in art.5 der Mijnwet BES gestelde vereischten.
3. In de gevallen genoemd in de artt.13 en 14 wordt nagegaan of in verband met het optreden van een nieuwen bestuurder of commissaris, een nieuwen beheerenden vennoot dan wel een nieuwen vertegenwoordiger, de houder der vergunning nog voldoet aan de in art.5 der Mijnwet BES gestelde vereischten.
4. Overigens wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij art. 34.
2. In het geval genoemd in art.9 wordt nagegaan of de rechtverkrijgenden van een overleden vergunninghouder voldoen aan de in art.5 der Mijnwet BES gestelde vereischten.
3. In de gevallen genoemd in de artt.13 en 14 wordt nagegaan of in verband met het optreden van een nieuwen bestuurder of commissaris, een nieuwen beheerenden vennoot dan wel een nieuwen vertegenwoordiger, de houder der vergunning nog voldoet aan de in art.5 der Mijnwet BES gestelde vereischten.
4. Overigens wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij art. 34.
- Wet
- Mijnbesluit BES
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028574
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl