BWBR0028574
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 117
Mijnbesluit BES
1. De krachtens art. 184 bevoorrechte schuldeischers zijn bevoegd binnen een termijn van drie maanden na de eerste van de in art. 116 bedoelde bekendmakingen bij tot Onze Minister gericht verzoekschrift hunne bezwaren tegen de gevraagde gedeeltelijke intrekking van een concessie in te brengen.
2. Indien door een of meer van de in het eerste lid van dit artikel genoemde schuldeischers tegen de gevraagde gedeeltelijke intrekking bezwaren zijn ingebracht, wordt op het verzoek om gedeeltelijke intrekking niet beschikt dan nadat ten genoegen van Onze Minister is aangetoond, dat de concessionaris zich met dien schuldeischer of die schuldeischers heeft verstaan dan wel diens vordering of hunne vorderingen heeft gekweten.
2. Indien door een of meer van de in het eerste lid van dit artikel genoemde schuldeischers tegen de gevraagde gedeeltelijke intrekking bezwaren zijn ingebracht, wordt op het verzoek om gedeeltelijke intrekking niet beschikt dan nadat ten genoegen van Onze Minister is aangetoond, dat de concessionaris zich met dien schuldeischer of die schuldeischers heeft verstaan dan wel diens vordering of hunne vorderingen heeft gekweten.
- Wet
- Mijnbesluit BES
- Citeren als
- Art. 117
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028574
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl