BWBR0028402
Geldig vanaf 2010-09-24
Artikel 4
Beleidsregel bevoegdheid graadverlening hoger onderwijs
1. Voor een beslissing op de aanvraag zijn in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden nodig:
a. een document waarin onderbouwd wordt uiteengezet dat wordt voldaan aan de eisen en voorwaarden van artikel 3;
b. indien vereist op grond van artikel 3, een positief besluit over de verzwaarde toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, onderdeel d, van de wet;
c. de notariële oprichtingsakte van de rechtspersoon;
d. de meest recente onderwijs- en examenregeling van de voorgedragen opleiding;
e. actuele informatie over de instelling, het te volgen onderwijs en de opleidingsnaam die op grond van artikel 7.15 van de wet aan studenten en aanstaande studenten dient te worden verstrekt;
f. documenten waaruit blijkt hoe de examencommissie wordt samengesteld;
g. documenten waarin de door de examencommissie vastgestelde regels zijn neergelegd over de uitvoering van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 7.12b, derde lid, van de wet;
h. de statuten en documenten waarin nadere regels zijn gesteld over het functioneren van de rechtspersoon en zijn organen;
i. documenten waaruit blijkt door wie de bestuursfuncties worden uitgeoefend, hoe bevoegdheden over het bestuur zijn verdeeld, wie een bestuurslid in geval van afwezigheid vervangt en wie van de bestuursleden bevoegd is de rechtspersoon in en buiten rechte te vertegenwoordigen;
j. uittreksels uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van het lopende kalenderjaar en de twee kalenderjaren daarvóór;
k. jaarrekeningen van de voorgaande twee boekjaren voorzien van een controleverklaring van een accountant;
l. het jaarverslag van de voorgaande twee boekjaren;
m. de begroting van het lopende boekjaar en een meerjarenbegroting voor de komende drie jaren; en
n. een overzicht van de gegevens bedoeld in artikel 6.13, vierde lid, van de wet.
2. Indien een éénjarige masteropleiding wordt voorgedragen, betreffen de documenten, bedoeld in het eerste lid, onder j tot en met l, slechts het lopende en het daaraan voorafgaande kalenderjaar of boekjaar.
3. De minister kan de aanvrager om nadere inlichtingen en gegevens vragen wanneer de aanvraag en de daarbij overgelegde documenten naar zijn mening onvoldoende informatie bevatten om tot een oordeel te komen.
a. een document waarin onderbouwd wordt uiteengezet dat wordt voldaan aan de eisen en voorwaarden van artikel 3;
b. indien vereist op grond van artikel 3, een positief besluit over de verzwaarde toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, onderdeel d, van de wet;
c. de notariële oprichtingsakte van de rechtspersoon;
d. de meest recente onderwijs- en examenregeling van de voorgedragen opleiding;
e. actuele informatie over de instelling, het te volgen onderwijs en de opleidingsnaam die op grond van artikel 7.15 van de wet aan studenten en aanstaande studenten dient te worden verstrekt;
f. documenten waaruit blijkt hoe de examencommissie wordt samengesteld;
g. documenten waarin de door de examencommissie vastgestelde regels zijn neergelegd over de uitvoering van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 7.12b, derde lid, van de wet;
h. de statuten en documenten waarin nadere regels zijn gesteld over het functioneren van de rechtspersoon en zijn organen;
i. documenten waaruit blijkt door wie de bestuursfuncties worden uitgeoefend, hoe bevoegdheden over het bestuur zijn verdeeld, wie een bestuurslid in geval van afwezigheid vervangt en wie van de bestuursleden bevoegd is de rechtspersoon in en buiten rechte te vertegenwoordigen;
j. uittreksels uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van het lopende kalenderjaar en de twee kalenderjaren daarvóór;
k. jaarrekeningen van de voorgaande twee boekjaren voorzien van een controleverklaring van een accountant;
l. het jaarverslag van de voorgaande twee boekjaren;
m. de begroting van het lopende boekjaar en een meerjarenbegroting voor de komende drie jaren; en
n. een overzicht van de gegevens bedoeld in artikel 6.13, vierde lid, van de wet.
2. Indien een éénjarige masteropleiding wordt voorgedragen, betreffen de documenten, bedoeld in het eerste lid, onder j tot en met l, slechts het lopende en het daaraan voorafgaande kalenderjaar of boekjaar.
3. De minister kan de aanvrager om nadere inlichtingen en gegevens vragen wanneer de aanvraag en de daarbij overgelegde documenten naar zijn mening onvoldoende informatie bevatten om tot een oordeel te komen.