BWBR0028364
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 13
Wet zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen BES
1. Op de aan een persoon toegerekende stemgerechtigde aandelen mogen gezamenlijk niet meer stemmen uitgebracht worden dan vertegenwoordigende 5% van het geplaatste stemgerechtigde kapitaal van de vennootschap:
a. zolang de persoon een melding niet gedaan heeft waartoe hij ingevolge artikel 4 verplicht is;
b. tot vier weken nadat die melding is gedaan, indien de persoon stemgerechtigde aandelen heeft verkregen zonder de in het derde lid van artikel 5 bedoelde voorafgaande melding te hebben gedaan;
c. totdat de persoon zijn aandelenbezit beneden de in artikel 9 bedoelde drempel heeft gebracht, of ontheffing daartoe van het bestuur en de raad van commissarissen heeft verkregen.
2. Een persoon die voornemens is, of van wie een gelieerde partij voornemens is, een openbaar bod te doen op stemgerechtigde aandelen van een vennootschap, en de met die persoon gelieerde partijen, mogen geen vergaderingen van aandeelhouders bijeenroepen, daarin aanwezig of vertegenwoordigd zijn, noch in of buiten vergadering stemrecht op stemgerechtigde aandelen van de vennootschap uitoefenen, totdat het openbare bod overeenkomstig artikel 10 is uitgebracht, of met het bestuur en de raad van commissarissen is overeengekomen dat het bod anders dan overeenkomstig artikel 10 kan worden uitgebracht. Wanneer van het voornemen wordt afgezien, blijft het verbod van dit artikel van kracht tot na verloop van een jaar nadat zulks aan het bestuur schriftelijk is medegedeeld.
3. Stemmen, uitgebracht in strijd met het voorgaande, zijn desondanks geldig, behoudens in het geval van schorsing als in artikel 14 bedoeld.
4. Voor de berekening van een door de statuten vereist quorum, worden de aandelen waarvoor vanwege het voorgaande geen stemmen mogen worden uitgebracht, aangemerkt als niet geplaatst.
a. zolang de persoon een melding niet gedaan heeft waartoe hij ingevolge artikel 4 verplicht is;
b. tot vier weken nadat die melding is gedaan, indien de persoon stemgerechtigde aandelen heeft verkregen zonder de in het derde lid van artikel 5 bedoelde voorafgaande melding te hebben gedaan;
c. totdat de persoon zijn aandelenbezit beneden de in artikel 9 bedoelde drempel heeft gebracht, of ontheffing daartoe van het bestuur en de raad van commissarissen heeft verkregen.
2. Een persoon die voornemens is, of van wie een gelieerde partij voornemens is, een openbaar bod te doen op stemgerechtigde aandelen van een vennootschap, en de met die persoon gelieerde partijen, mogen geen vergaderingen van aandeelhouders bijeenroepen, daarin aanwezig of vertegenwoordigd zijn, noch in of buiten vergadering stemrecht op stemgerechtigde aandelen van de vennootschap uitoefenen, totdat het openbare bod overeenkomstig artikel 10 is uitgebracht, of met het bestuur en de raad van commissarissen is overeengekomen dat het bod anders dan overeenkomstig artikel 10 kan worden uitgebracht. Wanneer van het voornemen wordt afgezien, blijft het verbod van dit artikel van kracht tot na verloop van een jaar nadat zulks aan het bestuur schriftelijk is medegedeeld.
3. Stemmen, uitgebracht in strijd met het voorgaande, zijn desondanks geldig, behoudens in het geval van schorsing als in artikel 14 bedoeld.
4. Voor de berekening van een door de statuten vereist quorum, worden de aandelen waarvoor vanwege het voorgaande geen stemmen mogen worden uitgebracht, aangemerkt als niet geplaatst.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028364
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl