BWBR0028273
Geldig vanaf 16-09-2017
Artikel 2
Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2011–2018
1. De uitkering bedraagt voor het kalenderjaar 2012 per gemeente:
A x (0,79xB / C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1 in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.
2. De uitkering bedraagt voor elk van de kalenderjaren 2013, 2014, 2015 en 2016 per gemeente:
A x (B / C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1 in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.
3. De uitkering bedraagt voor de kalenderjaren 2017 en 2018 per gemeente: A x ((B – € 5 miljoen)/C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1 in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.
A x (0,79xB / C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1 in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.
2. De uitkering bedraagt voor elk van de kalenderjaren 2013, 2014, 2015 en 2016 per gemeente:
A x (B / C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1 in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.
3. De uitkering bedraagt voor de kalenderjaren 2017 en 2018 per gemeente: A x ((B – € 5 miljoen)/C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1 in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028273
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl