BWBR0028273
Geldig vanaf 2016-10-10
Artikel 2
Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 2011–2018
1. De uitkering bedraagt voor het kalenderjaar 2012 per gemeente:
A x (0,79xB / C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.
2. De uitkering bedraagt voor elk van de kalenderjaren 2013, 2014, 2015 en 2016 per gemeente:
A x (B / C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.
3. De uitkering bedraagt voor de kalenderjaren 2017 en 2018 per gemeente: A x ((B – € 5 miljoen)/C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.
A x (0,79xB / C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.
2. De uitkering bedraagt voor elk van de kalenderjaren 2013, 2014, 2015 en 2016 per gemeente:
A x (B / C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.
3. De uitkering bedraagt voor de kalenderjaren 2017 en 2018 per gemeente: A x ((B – € 5 miljoen)/C), hierbij staat:
A voor de som van de schoolgewichten in die gemeente;
B voor het voor dat jaar in het kader van de rijksbegroting beschikbare bedrag voor het doen van deze uitkeringen;
C voor de som van de schoolgewichten in de met toepassing van artikel 1in aanmerking gebrachte gemeenten gezamenlijk.