BWBR0028174
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 5
Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4 dient een werkgever, zodra hij voornemens is binnen een termijn van drie maanden vijf en twintig werknemers of meer dan wel meer dan 25% van het aantal werknemers in een vestiging ener onderneming, voorzover dit percentage niet resulteert in vijf of minder werknemers, te ontslaan dit voornemen minstens twee maanden voor het beëindigen der arbeidsovereenkomst aan Onze Minister te kennen te geven.
2. Binnen acht dagen na de kennisgeving legt de werkgever aan Onze Minister een afvloeiingsplan voor.
3. Onze Minister geeft zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van het afvloeiingsplan een schriftelijk oordeel ter zake. Artikel 4, derde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
4. Het is de werkgever verboden een arbeidsovereenkomst te beëindigen, zolang Onze Minister, met inachtneming van het derde lid, geen beoordeling heeft gegeven.
2. Binnen acht dagen na de kennisgeving legt de werkgever aan Onze Minister een afvloeiingsplan voor.
3. Onze Minister geeft zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van het afvloeiingsplan een schriftelijk oordeel ter zake. Artikel 4, derde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
4. Het is de werkgever verboden een arbeidsovereenkomst te beëindigen, zolang Onze Minister, met inachtneming van het derde lid, geen beoordeling heeft gegeven.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028174
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl