BWBR0028075
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 37
Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
1. De Raad verstrekt desgevraagd aan Onze Ministers de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De Raad verstrekt deze inlichtingen onverwijld uit eigen beweging aan Onze Ministers indien er aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven.
2. De Raad stelt jaarlijks voor 1 april een jaarverslag vast over het voorgaande jaar.
3. Het jaarverslag beschrijft de taakuitoefening alsmede het gevoerde beleid en bevat in ieder geval een toelichting van de gerealiseerde werkzaamheden en een jaarrekening.
4. De Raad zendt het jaarverslag naar de vertegenwoordigende organen.
5. In de jaarrekening wordt rekening en verantwoording afgelegd van de uitgaven, de eventuele ontvangsten en het gevoerde financieel beheer.
6. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze Ministers.
7. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
2. De Raad stelt jaarlijks voor 1 april een jaarverslag vast over het voorgaande jaar.
3. Het jaarverslag beschrijft de taakuitoefening alsmede het gevoerde beleid en bevat in ieder geval een toelichting van de gerealiseerde werkzaamheden en een jaarrekening.
4. De Raad zendt het jaarverslag naar de vertegenwoordigende organen.
5. In de jaarrekening wordt rekening en verantwoording afgelegd van de uitgaven, de eventuele ontvangsten en het gevoerde financieel beheer.
6. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze Ministers.
7. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
- Citeren als
- Art. 37
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028075
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl