BWBR0028075
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 27
Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
1. De Raad is bevoegd vervoermiddelen te onderzoeken met betrekking waartoe hij een inspectietaak heeft.
2. De Raad is bevoegd vervoermiddelen waarmee naar zijn redelijk oordeel zaken worden vervoerd met betrekking waartoe hij een inspectietaak heeft, op hun lading te onderzoeken.
3. De Raad is bevoegd van de bestuurder van een vervoermiddel met betrekking waartoe hij een inspectietaak heeft, inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden.
4. De Raad is bevoegd met het oog op de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hem aangewezen plaats overbrengt.
5. De Raad stelt in een reglement vast op welke wijze de vordering tot stilhouden wordt gedaan.
2. De Raad is bevoegd vervoermiddelen waarmee naar zijn redelijk oordeel zaken worden vervoerd met betrekking waartoe hij een inspectietaak heeft, op hun lading te onderzoeken.
3. De Raad is bevoegd van de bestuurder van een vervoermiddel met betrekking waartoe hij een inspectietaak heeft, inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden.
4. De Raad is bevoegd met het oog op de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hem aangewezen plaats overbrengt.
5. De Raad stelt in een reglement vast op welke wijze de vordering tot stilhouden wordt gedaan.
- Citeren als
- Art. 27
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028075
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl