BWBR0027881
Geldig vanaf 2010-07-10
Artikel 3.9
Regeling procedure aanwijzing groepen functies en herplaatsing BZK 2010
1. Indien het ontvangende bevoegd gezag het voornemen heeft om de voorgedragen herplaatsingskandidaat niet te plaatsen omdat de functie naar zijn oordeel niet passend is, overlegt het ontvangende bevoegd gezag met het voordragende bevoegd gezag. Het voornemen om de voorgedragen herplaatsingskandidaat niet te plaatsen behoeft de goedkeuring van het diensthoofd van het ontvangende bevoegd gezag. In dit artikellid wordt onder diensthoofd verstaan de secretaris-generaal, de directeur-generaal, de hoofddirecteur Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering of het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
2. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, wordt de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie geïnformeerd. De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie probeert in overleg met het voordragende en het ontvangende bevoegd gezag tot overeenstemming te komen.
3. Indien het in het tweede lid bedoelde overleg niet tot overeenstemming leidt, wordt de herplaatsingsadviescommissie, bedoeld in paragraaf 6, schriftelijk om advies gevraagd, tenzij de commissie reeds ter zake heeft geadviseerd in welk geval het ontvangende bevoegd gezag het reeds gegeven advies betrekt bij zijn voorgenomen beslissing.
4. Indien het ontvangende bevoegd gezag het voornemen heeft om de herplaatsingskandidaat niet te plaatsen, al dan niet na toepassing van het tweede en het derde lid, wordt de voorgedragen herplaatsingskandidaat door het ontvangende bevoegd gezag hierover schriftelijk geïnformeerd. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
5. De herplaatsingskandidaat kan op grond van de Regeling procedure bij reorganisatiebinnen twee weken na de mededeling zijn bedenkingen tegen het voornemen kenbaar maken bij het ontvangende bevoegd gezag.
6. Indien door de herplaatsingskandidaat tijdig bedenkingen kenbaar zijn gemaakt, wint het ontvangende bevoegd gezag het advies in van de herplaatsingsadviescommissie, tenzij de commissie reeds ter zake heeft geadviseerd in welk geval het ontvangende bevoegd gezag het reeds gegeven advies betrekt bij zijn beslissing op de bedenkingen.
7. Indien het ontvangende bevoegd gezag de bedenkingen gegrond verklaart, plaatst deze de herplaatsingskandidaat in de functie.
8. Indien de herplaatsingskandidaat geen bedenkingen kenbaar heeft gemaakt of indien het ontvangende bevoegd gezag de bedenkingen ongegrond heeft verklaard, deelt het ontvangende bevoegd gezag per ommegaande schriftelijk aan de herplaatsingskandidaat mee dat hij niet in de functie wordt geplaatst.
2. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, wordt de directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie geïnformeerd. De directeur Personeel, Regie, ICT en Organisatie probeert in overleg met het voordragende en het ontvangende bevoegd gezag tot overeenstemming te komen.
3. Indien het in het tweede lid bedoelde overleg niet tot overeenstemming leidt, wordt de herplaatsingsadviescommissie, bedoeld in paragraaf 6, schriftelijk om advies gevraagd, tenzij de commissie reeds ter zake heeft geadviseerd in welk geval het ontvangende bevoegd gezag het reeds gegeven advies betrekt bij zijn voorgenomen beslissing.
4. Indien het ontvangende bevoegd gezag het voornemen heeft om de herplaatsingskandidaat niet te plaatsen, al dan niet na toepassing van het tweede en het derde lid, wordt de voorgedragen herplaatsingskandidaat door het ontvangende bevoegd gezag hierover schriftelijk geïnformeerd. Het eerste lid, tweede en derde volzin, is van overeenkomstige toepassing.
5. De herplaatsingskandidaat kan op grond van de Regeling procedure bij reorganisatiebinnen twee weken na de mededeling zijn bedenkingen tegen het voornemen kenbaar maken bij het ontvangende bevoegd gezag.
6. Indien door de herplaatsingskandidaat tijdig bedenkingen kenbaar zijn gemaakt, wint het ontvangende bevoegd gezag het advies in van de herplaatsingsadviescommissie, tenzij de commissie reeds ter zake heeft geadviseerd in welk geval het ontvangende bevoegd gezag het reeds gegeven advies betrekt bij zijn beslissing op de bedenkingen.
7. Indien het ontvangende bevoegd gezag de bedenkingen gegrond verklaart, plaatst deze de herplaatsingskandidaat in de functie.
8. Indien de herplaatsingskandidaat geen bedenkingen kenbaar heeft gemaakt of indien het ontvangende bevoegd gezag de bedenkingen ongegrond heeft verklaard, deelt het ontvangende bevoegd gezag per ommegaande schriftelijk aan de herplaatsingskandidaat mee dat hij niet in de functie wordt geplaatst.