BWBR0027871
Geldig vanaf 2010-07-09
Artikel 3
Mandaatbesluit dienstonderdelen openbaar ministerie 2009 (ressortsparketten)
1. Bevoegdheden ten aanzien van het beheer (de dagelijkse gang van zaken)
Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de aan het College toekomende bevoegdheden inzake aangelegenheden die het beheer van de gezamenlijke ressortsparketten Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden betreffen, met uitzondering van de besluiten en handelingen die op grond van artikel 5, aanhef, vierde lid, onderdelen a, b en czijn uitgesloten van het mandaat.
2. Budgetverantwoordelijkheid
Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat verleend om besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen, met betrekking tot de verdeling, toedeling en besteding van het gezamenlijke budget van de ressortsparketten Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden, een en ander met inachtneming van het aan hem toegekende budget en de voor het budgethouderschap geldende voorschriften.
3. Het College behoudt zich het recht voor om bij een nader aanvullend besluit nadere aanwijzingen te geven ten aanzien van de administratieve organisatie van het budgetmandaat, de wijze waarop verplichtingen worden aangegaan, de wijze waarop betaalbaarstelling ten laste van het budget plaatsheeft en de wijze waarop bestedingen van het budget worden verantwoord.
4. Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat verleend om via het jaarplan aanwijzingen te geven aan de hoofdadvocaten generaal van de ressortsparketten met betrekking tot de besteding en uitputting van het budget.
5. Mandaat organisatie en formatie
Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat verleend om, passend binnen de hoofdlijnen van de organisatie en formatie en de budgettaire kaders zoals die in het jaarplan zijn vastgelegd en het geldende functiehuis voor de sectoren rechterlijke macht en rijk, de organisatie en formatie vast te stellen van de ressortsparketten te Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden.
6. Mandaat arbeidsomstandigheden
a. Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat verleend om het arbeidsomstandighedenbeleid te coördineren en uit te voeren zoals dat geldt binnen het openbaar ministerie en hij volgt daarbij – voor zover het betreft de huisvesting en de materiële voorzieningen – het voor het openbaar ministerie geldende arbeidsomstandighedenbeleid.
b. Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat verleend de bevoegdheden uit te oefenen die op grond van de Arbeidsomstandighedenwet vereist zijn.
Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de aan het College toekomende bevoegdheden inzake aangelegenheden die het beheer van de gezamenlijke ressortsparketten Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden betreffen, met uitzondering van de besluiten en handelingen die op grond van artikel 5, aanhef, vierde lid, onderdelen a, b en czijn uitgesloten van het mandaat.
2. Budgetverantwoordelijkheid
Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat verleend om besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen, met betrekking tot de verdeling, toedeling en besteding van het gezamenlijke budget van de ressortsparketten Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden, een en ander met inachtneming van het aan hem toegekende budget en de voor het budgethouderschap geldende voorschriften.
3. Het College behoudt zich het recht voor om bij een nader aanvullend besluit nadere aanwijzingen te geven ten aanzien van de administratieve organisatie van het budgetmandaat, de wijze waarop verplichtingen worden aangegaan, de wijze waarop betaalbaarstelling ten laste van het budget plaatsheeft en de wijze waarop bestedingen van het budget worden verantwoord.
4. Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat verleend om via het jaarplan aanwijzingen te geven aan de hoofdadvocaten generaal van de ressortsparketten met betrekking tot de besteding en uitputting van het budget.
5. Mandaat organisatie en formatie
Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat verleend om, passend binnen de hoofdlijnen van de organisatie en formatie en de budgettaire kaders zoals die in het jaarplan zijn vastgelegd en het geldende functiehuis voor de sectoren rechterlijke macht en rijk, de organisatie en formatie vast te stellen van de ressortsparketten te Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden.
6. Mandaat arbeidsomstandigheden
a. Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat verleend om het arbeidsomstandighedenbeleid te coördineren en uit te voeren zoals dat geldt binnen het openbaar ministerie en hij volgt daarbij – voor zover het betreft de huisvesting en de materiële voorzieningen – het voor het openbaar ministerie geldende arbeidsomstandighedenbeleid.
b. Aan de voorzitter van het Bestuur wordt mandaat verleend de bevoegdheden uit te oefenen die op grond van de Arbeidsomstandighedenwet vereist zijn.