BWBR0027871
Geldig vanaf 2010-07-09
Artikel 1
Mandaatbesluit dienstonderdelen openbaar ministerie 2009 (ressortsparketten)
In dit besluit wordt verstaan onder:
1. Bestuur: het bestuur van de ressortsparketten bestaande uit de hoofdadvocaten generaal van de ressortsparketten en de directeur bedrijfsvoering;
2. College: het College van procureurs-generaal;
3. Directeur bedrijfsvoering: de directeur bedrijfsvoering van het ressortsparket te Den Haag;
4. Hoofdadvocaat generaal: de advocaten generaal als bedoeld in artikel 1, aanhef, onderdeel b, sub 5, van de Wet op de rechterlijke organisatie, die op grond van artikel 138, tweede lid zijn aangewezen als hoofd van een ressortsparket;
5. Hoofd van dienst: hoofd van dienst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef, onderdeel b, van het Algemeen rijksambtenarenreglement en bevoegd gezag in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef, onderdeel l, sub 3, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
6. Machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit, of een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, die betrekking hebben op het openbaar ministerie;
7. Mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen die betrekking hebben op het openbaar ministerie;
8. Minister: de minister van justitie;
9. Niet rechterlijk ambtenaar: de rijksambtenaren en de politieambtenaren;
10. Politieambtenaren: de ambtenaren die werkzaam zijn bij de rijksrecherche krachtens een aanstelling op grond van het besluit algemene rechtspositie politie;
11. Rechterlijk ambtenaar: de in de Wet op de rechterlijke organisatie als zodanig aangeduide ambtenaren;
12. Rijksambtenaren: de ambtenaren die werkzaam zijn bij dienstonderdelen van het openbaar ministerie krachtens een aanstelling op grond van het Algemeen rijksambtenarenreglement;
13. Volmacht: de bevoegdheid om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten die betrekking hebben op het openbaar ministerie;
14. Voorzitter van het Bestuur: de hoofdadvocaat generaal van het ressortsparket te Den Haag.
1. Bestuur: het bestuur van de ressortsparketten bestaande uit de hoofdadvocaten generaal van de ressortsparketten en de directeur bedrijfsvoering;
2. College: het College van procureurs-generaal;
3. Directeur bedrijfsvoering: de directeur bedrijfsvoering van het ressortsparket te Den Haag;
4. Hoofdadvocaat generaal: de advocaten generaal als bedoeld in artikel 1, aanhef, onderdeel b, sub 5, van de Wet op de rechterlijke organisatie, die op grond van artikel 138, tweede lid zijn aangewezen als hoofd van een ressortsparket;
5. Hoofd van dienst: hoofd van dienst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef, onderdeel b, van het Algemeen rijksambtenarenreglement en bevoegd gezag in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef, onderdeel l, sub 3, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
6. Machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit, of een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, die betrekking hebben op het openbaar ministerie;
7. Mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen die betrekking hebben op het openbaar ministerie;
8. Minister: de minister van justitie;
9. Niet rechterlijk ambtenaar: de rijksambtenaren en de politieambtenaren;
10. Politieambtenaren: de ambtenaren die werkzaam zijn bij de rijksrecherche krachtens een aanstelling op grond van het besluit algemene rechtspositie politie;
11. Rechterlijk ambtenaar: de in de Wet op de rechterlijke organisatie als zodanig aangeduide ambtenaren;
12. Rijksambtenaren: de ambtenaren die werkzaam zijn bij dienstonderdelen van het openbaar ministerie krachtens een aanstelling op grond van het Algemeen rijksambtenarenreglement;
13. Volmacht: de bevoegdheid om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten die betrekking hebben op het openbaar ministerie;
14. Voorzitter van het Bestuur: de hoofdadvocaat generaal van het ressortsparket te Den Haag.